Verlies op regresvordering uit aanmerkelijk belang

De directeur en enig aandeelhouder (DGA) van een inmiddels failliet verklaarde en ontbonden BV was aansprakelijk voor een schuld van de BV jegens een derde. De schuld was ontstaan door een overeenkomst die de DGA voor de oprichting van de BV ten behoeve van de BV had gesloten. De aansprakelijkheid was gebaseerd op het wettelijke vermoeden dat de DGA wist dat de BV haar verplichtingen uit de bekrachtigde rechtshandelingen niet zou kunnen nakomen omdat de BV binnen een jaar na oprichting failliet was. Het faillissement vond plaats in 1995; de ontbinding van de BV werd in 1997 voltooid. De uiteindelijke betalingsverplichting van de DGA werd in 2001 vastgesteld. De DGA trok het betaalde bedrag af van zijn inkomen in het jaar 2001 als negatief resultaat overige werkzaamheden. De inspecteur weigerde de aftrek, naar het oordeel van Hof Den Bosch terecht. Alleen al het feit dat de DGA in 2001 geen aanmerkelijk belang meer had in de BV voorkwam dat pas in het jaar 2001 een regresvordering op de BV was ontstaan waarvan het verlies als resultaat uit overige werkzaamheden in aanmerking kon komen. Er was sprake van een nagekomen last in verband met een aanmerkelijk belang, die uiterlijk in het jaar van ontbinding van de vennootschap (1997) na voltooiing van de vereffening van het vermogen in aftrek had moeten worden gebracht, desnoods op basis van een schatting.
De directeur en enig aandeelhouder (DGA) van een inmiddels failliet verklaarde en ontbonden BV was aansprakelijk voor een schuld van de BV jegens een derde. De schuld was ontstaan door een overeenkomst die de DGA voor de oprichting van de BV ten behoeve van de BV had gesloten. De aansprakelijkheid was gebaseerd op het wettelijke vermoeden dat de DGA wist dat de BV haar verplichtingen uit de bekrachtigde rechtshandelingen niet zou kunnen nakomen omdat de BV binnen een jaar na oprichting failliet was. Het faillissement vond plaats in 1995; de ontbinding van de BV werd in 1997 voltooid. De uiteindelijke betalingsverplichting van de DGA werd in 2001 vastgesteld.
De DGA trok het betaalde bedrag af van zijn inkomen in het jaar 2001 als negatief resultaat overige werkzaamheden. De inspecteur weigerde de aftrek, naar het oordeel van Hof Den Bosch terecht. Alleen al het feit dat de DGA in 2001 geen aanmerkelijk belang meer had in de BV voorkwam dat pas in het jaar 2001 een regresvordering op de BV was ontstaan waarvan het verlies als resultaat uit overige werkzaamheden in aanmerking kon komen.
Er was sprake van een nagekomen last in verband met een aanmerkelijk belang, die uiterlijk in het jaar van ontbinding van de vennootschap (1997) na voltooiing van de vereffening van het vermogen in aftrek had moeten worden gebracht, desnoods op basis van een schatting.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u