
Om belastingheffing over de boekwinst op een bedrijfsmiddel uit te stellen bestaat de mogelijkheid een herinvesteringsreserve te vormen. De herinvesteringsreserve wordt gebruikt als eerste afschrijving op de aanschaf van andere bedrijfsmiddelen. Een herinvesteringsreserve moet binnen drie jaar na het jaar waarin de reserve is gevormd worden benut. De termijn kan worden verlengd als de aanschaf van andere bedrijfsmiddelen door bijzondere omstandigheden is vertraagd. Voorwaarde is dat er tenminste een begin aan de uitvoering van de aanschaf is gegeven.
Op verzoek van een BV verlengde de inspecteur de termijn van een herinvesteringsreserve met een jaar. In dat jaar was de herinvesteringsreserve niet benut. De inspecteur meende dat de herinvesteringsreserve daarom in het jaar 2004 aan de winst moest worden toegevoegd.
De BV was het met de inspecteur niet eens omdat in 2004 een overeenkomst was gesloten voor de aankoop van een vervangend pand. De reden voor de in 2003 gegeven termijnverlenging van een jaar waren de door de BV verrichte inspanningen met betrekking tot vervanging van het pand. De rechtbank Den Bosch was van oordeel dat als er op 31 december 2003 sprake was van een begin van uitvoering, dit in 2004 niet anders was. De herinvesteringsreserve bleef daarom in stand.