Verlengde navorderingstermijn houdbaar in EG-verband?

De belastingdienst heeft de bevoegdheid om een te lage aanslag te corrigeren door het opleggen van een navorderingsaanslag, mits er sprake is van een nieuw feit. Dat is een feit dat de inspecteur ten tijde van het opleggen van de oorspronkelijke aanslag niet bekend was en niet bekend hoefde te zijn. De termijn voor het opleggen van een navorderingsaanslag bedraagt vijf jaar. Gaat het echter om buitenlandse inkomsten of vermogensbestanddelen dan geldt er een verlengde termijn van twaalf jaar. Deze verlengde navorderingstermijn vormt een belemmering van het vrije verkeer van geld, goederen of diensten. Als voor een dergelijke belemmering geen objectieve rechtvaardigingsgrond bestaat is deze belemmering in strijd met het EG-verdrag. Zelfs als het overbrengen naar of het aanhouden in het buitenland van spaartegoeden is gedaan om de belasting te ontduiken kan de betrokken spaarder een beroep doen op de door het EG-verdrag gewaarborgde vrijheden. De reden voor de invoering van de navorderingstermijn van twaalf jaren is het gebrek aan controlemogelijkheden van de belastingdienst op buitenlandse inkomens- en vermogensbestanddelen. Zo heeft Nederland niet met alle landen een overeenkomst tot inlichtingenuitwisseling en verhindert in andere gevallen het bankgeheim het uitwisselen van inlichtingen. Volgens vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie EG kan de doeltreffendheid van fiscale controles een beperking van de door het EG-verdrag gegarandeerde fundamentele vrijheden rechtvaardigen. De vraag die dan nog overblijft is of een navorderingstermijn van twaalf jaar wel in verhouding is met de rechtvaardigingsgrond. De Hoge Raad acht niet boven redelijke twijfel verheven dat de verlengde navorderingstermijn niet in strijd is met het gemeenschapsrecht en heeft daarom het Hof van Justitie EG om een prejudiciƫle beslissing gevraagd.
De belastingdienst heeft de bevoegdheid om een te lage aanslag te corrigeren door het opleggen van een navorderingsaanslag, mits er sprake is van een nieuw feit. Dat is een feit dat de inspecteur ten tijde van het opleggen van de oorspronkelijke aanslag niet bekend was en niet bekend hoefde te zijn. De termijn voor het opleggen van een navorderingsaanslag bedraagt vijf jaar. Gaat het echter om buitenlandse inkomsten of vermogensbestanddelen dan geldt er een verlengde termijn van twaalf jaar. Deze verlengde navorderingstermijn vormt een belemmering van het vrije verkeer van geld, goederen of diensten. Als voor een dergelijke belemmering geen objectieve rechtvaardigingsgrond bestaat is deze belemmering in strijd met het EG-verdrag. Zelfs als het overbrengen naar of het aanhouden in het buitenland van spaartegoeden is gedaan om de belasting te ontduiken kan de betrokken spaarder een beroep doen op de door het EG-verdrag gewaarborgde vrijheden.
De reden voor de invoering van de navorderingstermijn van twaalf jaren is het gebrek aan controlemogelijkheden van de belastingdienst op buitenlandse inkomens- en vermogensbestanddelen. Zo heeft Nederland niet met alle landen een overeenkomst tot inlichtingenuitwisseling en verhindert in andere gevallen het bankgeheim het uitwisselen van inlichtingen.
Volgens vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie EG kan de doeltreffendheid van fiscale controles een beperking van de door het EG-verdrag gegarandeerde fundamentele vrijheden rechtvaardigen. De vraag die dan nog overblijft is of een navorderingstermijn van twaalf jaar wel in verhouding is met de rechtvaardigingsgrond. De Hoge Raad acht niet boven redelijke twijfel verheven dat de verlengde navorderingstermijn niet in strijd is met het gemeenschapsrecht en heeft daarom het Hof van Justitie EG om een prejudiciƫle beslissing gevraagd.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u