
Omzetbelasting wordt als hoofdregel geheven van de ondernemer die de levering of dienst verricht. In een aantal gevallen wordt met toepassing van een verleggingsregeling de belasting geheven van de afnemer. Met ingang van 1 januari 2008 geldt een verleggingsregeling voor de levering van een in zekerheid gegeven roerende of onroerende zaak. Bepalend voor de toepassing van de verleggingsregeling is de datum van levering en niet de datum van verkoop.
Een ondernemer kocht op 18 december 2007 uit een faillissement een passagiersschip voor een koopprijs van € 500.000 inclusief omzetbelasting. De levering vond plaats op 23 januari 2008. Direct voorafgaand aan de levering was op het schip een recht van hypotheek gevestigd. Een recht van hypotheek is bedoeld als zekerheid voor een vordering. De notaris moest volgens de koopovereenkomst de koopsom overmaken op de rekeningen van de hypotheekhouder en de curator. Volgens de rechtbank was het schip in zekerheid gegeven. Omdat de levering plaatsvond na 1 januari 2008 was de verleggingsregeling van toepassing. De koper moest de omzetbelasting als verschuldigd aangeven en kon deze gelijk als voordruk verrekenen. Hij had geen recht op teruggaaf van het als onderdeel van de koopsom betaalde omzetbelastingbedrag.