
Omzetbelasting over diensten wordt geheven van de ondernemer die de dienst verricht. Wanneer deze ondernemer niet in Nederland is gevestigd en ook geen vaste inrichting in Nederland heeft van waaruit de dienst wordt verricht en de afnemer van de dienst een in Nederland gevestigd lichaam is, geldt een verleggingsregeling voor de omzetbelasting. In dat geval wordt de belasting geheven van de afnemer van de dienst.
In een procedure over de lease van computerapparatuur door een buitenlandse ondernemer aan een Nederlandse onderwijsinstelling was de vraag of de buitenlandse ondernemer beschikte over een vaste inrichting in Nederland. Het begrip vaste inrichting is niet gedefinieerd in de Wet op de Omzetbelasting en evenmin in Europese regelgeving. Het Hof van Justitie EU heeft het begrip nader ingevuld. Volgens het Hof van Justitie EU bestaat er een vaste inrichting als een inrichting een zekere bestendigheid vertoont, doordat zij duurzaam over het personeel en de technische middelen beschikt die voor bepaalde diensten noodzakelijk zijn.
Hof Den Bosch stelde vast dat de buitenlandse leasemaatschappij niet beschikte over eigen personeel in Nederland. In Nederland werden slechts voorbereidende en ondersteunende activiteiten verricht. Omdat er geen sprake was van een vaste inrichting had de inspecteur terecht omzetbelasting nageheven met toepassing van de verleggingsregeling.