Verkrijgingsprijs minderheidspakket per 1 januari 1997 niet gelijk aan intrinsieke waarde

Iemand had met ingang van 1 januari 1997 een aanmerkelijk belang in een BV. Hij had een belang van ongeveer 19 % in de BV. In 1998 verkochten hij en zijn mede-aandeelhouders hun aandelenpakketten in deze BV voor een bedrag van ƒ 1. In de aanslag inkomstenbelasting hield de belastingdienst rekening met een verlies uit aanmerkelijk belang van ƒ 34.600. De voormalige aandeelhouder was van mening dat het verlies uit aanmerkelijk belang ƒ 65.195 bedroeg. Hof Amsterdam berekende de intrinsieke waarde van het aandelenpakket aan de hand van het eigen vermogen van de BV op 1 januari 1997 op ƒ 64.569. Het Hof was echter van oordeel dat de intrinsieke waarde niet de juiste waardering is voor een minderheidspakket omdat het geen doorslaggevende invloed op het beleid van de BV heeft. De waarde van de aandelen diende overwegend te worden bepaald op de rendementswaarde met een correctie voor de hogere intrinsieke waarde. Het Hof ging uit van tweemaal de rendementswaarde plus eenmaal de intrinsieke waarde, gedeeld door drie. De rendementswaarde bedroeg gezien de omstandigheden waarin de BV verkeerde nihil. Het Hof berekende de waarde van het minderheidspakket op ƒ 21.523. De door de inspecteur vastgestelde verkrijgingsprijs was dus niet te laag.
Iemand had met ingang van 1 januari 1997 een aanmerkelijk belang in een BV. Hij had een belang van ongeveer 19 % in de BV. In 1998 verkochten hij en zijn mede-aandeelhouders hun aandelenpakketten in deze BV voor een bedrag van ƒ 1. In de aanslag inkomstenbelasting hield de belastingdienst rekening met een verlies uit aanmerkelijk belang van ƒ 34.600. De voormalige aandeelhouder was van mening dat het verlies uit aanmerkelijk belang ƒ 65.195 bedroeg. Hof Amsterdam berekende de intrinsieke waarde van het aandelenpakket aan de hand van het eigen vermogen van de BV op 1 januari 1997 op ƒ 64.569. Het Hof was echter van oordeel dat de intrinsieke waarde niet de juiste waardering is voor een minderheidspakket omdat het geen doorslaggevende invloed op het beleid van de BV heeft. De waarde van de aandelen diende overwegend te worden bepaald op de rendementswaarde met een correctie voor de hogere intrinsieke waarde. Het Hof ging uit van tweemaal de rendementswaarde plus eenmaal de intrinsieke waarde, gedeeld door drie. De rendementswaarde bedroeg gezien de omstandigheden waarin de BV verkeerde nihil. Het Hof berekende de waarde van het minderheidspakket op ƒ 21.523. De door de inspecteur vastgestelde verkrijgingsprijs was dus niet te laag.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u