Verkoopwinst zelfgebouwde woning was belast
De winst bij verkoop van een eigen woning is normaliter niet belast. Onder omstandigheden kan dit anders zijn, zoals blijkt uit de volgende uitspraak van de rechtbank in Leeuwarden. Twee zussen kochten in 1998 twee naast elkaar gelegen bouwpercelen. Hun partners, die beiden in de bouw werkten, bouwden op deze percelen een dubbel woonhuis. In 2000 werden deze woningen betrokken. Nog in datzelfde jaar schreef een van de zussen zich in voor een bouwterrein in een andere gemeente. Op 30 november 2000 kocht zij samen met haar partner dit bouwterrein, waarna de gemeente op 27 maart 2001 een bouwvergunning verleende. Vervolgens bouwden zij in eigen beheer een woning op dit terrein. Op 28 december 2001 betrok het stel de inmiddels gebouwde woning en leverden zij de in 2000 door hen gebouwde woning aan de nieuwe eigenaar. Op 31 juli 2003 verkochten zij de nieuwe woning. Bij de aanslagregeling 2001 corrigeerde de belastingdienst het belastbare inkomen van het stel met het verschil tussen het ontvangen verkoopbedrag en de bouwkosten van de eerste woning. Dat verschil werd aangemerkt als belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden. Tussen partijen was niet in geding dat door de aankoop van het bouwterrein, de bouw en de verkoop van de woning sprake was van deelname aan het economische verkeer en dat daarbij een voordeel redelijkerwijs te verwachten was. De rechtbank Leeuwarden was van oordeel dat niet aannemelijk was dat zelfbewoning de bedoeling was, maar dat het steeds de bedoeling was geweest om de woning met voordeel te verkopen. Voor dat oordeel was met name van belang dat de partners al korte tijd na aanvang van de bewoning en nog vóór de gereedmelding van de woning zich hadden aangemeld voor een ander bouwterrein en dat ook die woning na zeer korte tijd weer werd verkocht.
De winst bij verkoop van een eigen woning is normaliter niet belast. Onder omstandigheden kan dit anders zijn, zoals blijkt uit de volgende uitspraak van de rechtbank in Leeuwarden. Twee zussen kochten in 1998 twee naast elkaar gelegen bouwpercelen. Hun partners, die beiden in de bouw werkten, bouwden op deze percelen een dubbel woonhuis. In 2000 werden deze woningen betrokken. Nog in datzelfde jaar schreef een van de zussen zich in voor een bouwterrein in een andere gemeente. Op 30 november 2000 kocht zij samen met haar partner dit bouwterrein, waarna de gemeente op 27 maart 2001 een bouwvergunning verleende. Vervolgens bouwden zij in eigen beheer een woning op dit terrein. Op 28 december 2001 betrok het stel de inmiddels gebouwde woning en leverden zij de in 2000 door hen gebouwde woning aan de nieuwe eigenaar. Op 31 juli 2003 verkochten zij de nieuwe woning. Bij de aanslagregeling 2001 corrigeerde de belastingdienst het belastbare inkomen van het stel met het verschil tussen het ontvangen verkoopbedrag en de bouwkosten van de eerste woning. Dat verschil werd aangemerkt als belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden. Tussen partijen was niet in geding dat door de aankoop van het bouwterrein, de bouw en de verkoop van de woning sprake was van deelname aan het economische verkeer en dat daarbij een voordeel redelijkerwijs te verwachten was. De rechtbank Leeuwarden was van oordeel dat niet aannemelijk was dat zelfbewoning de bedoeling was, maar dat het steeds de bedoeling was geweest om de woning met voordeel te verkopen. Voor dat oordeel was met name van belang dat de partners al korte tijd na aanvang van de bewoning en nog vóór de gereedmelding van de woning zich hadden aangemeld voor een ander bouwterrein en dat ook die woning na zeer korte tijd weer werd verkocht.