
Woningcorporaties verkopen soms nieuwbouwwoningen voor een prijs die lager is dan de waarde in het economische verkeer om de toegang tot de woningmarkt voor lagere inkomensgroepen te bevorderen. De woningcorporatie is btw verschuldigd over de verkoopprijs. Omdat de levering plaatsvindt voor een prijs beneden de marktwaarde is de verkrijger in principe overdrachtsbelasting verschuldigd over de volle waarde. De minister van Financiën heeft in een besluit uit 2006 onder voorwaarden goedgekeurd dat heffing van overdrachtsbelasting achterwege blijft. Mocht als gevolg van de terugkoopverplichting de woningcorporatie binnen twee jaar na de eerste ingebruikneming de woning opnieuw leveren, dan hoeft de corporatie niet over de volle verkoopprijs omzetbelasting te betalen, maar slechts over het verschil tussen de tweede en de eerste verkoopprijs. Wel moet de corporatie bij de terugkoop overdrachtsbelasting betalen over de door haar betaalde tegenprestatie. Deze goedkeuring mag ook worden toegepast als er meerdere leveringen plaatsvinden in de eerste twee jaar. De staatssecretaris van Financiën heeft dit besluit aangepast.
De toepassing is beperkt tot woningen en beperkte zakelijke rechten gevestigd op onroerende zaken waarvan de gezamenlijke marktwaarde na aftrek van de koperskorting niet hoger is dan € 240.000. Deze waardegrens moet ervoor zorgen dat het besluit alleen wordt toegepast voor woningen die zijn bestemd voor de lagere inkomensgroepen.
De toepassing van het besluit is verruimd van woningcorporaties tot alle ondernemers die aan particulieren woningen verkopen of ten gunste van particulieren beperkte zakelijke rechten vestigen op onroerende zaken via één van de formules die worden gehanteerd bij de verkoop onder voorwaarden of de maatschappelijk gebonden eigendom.
Goedgekeurd wordt dat het besluit ook geldt als de ondernemer geen terugkoopverplichting maar een terugkooprecht heeft op een woning die is verkocht of een beperkt zakelijk recht dat is gevestigd via één van de formules bij de verkoop onder voorwaarden of de maatschappelijk gebonden eigendom.
Verder wordt goedgekeurd dat het besluit ook geldt als een ondernemer in het kader van de verkoop onder voorwaarden of de maatschappelijk gebonden eigendom aan particulieren grond levert en de particuliere koper zelf verantwoordelijk is voor de bouw van de woning.
Het besluit bevat richtlijnen voor de heffing van omzetbelasting over de koperskorting bij de doorverkoop aan derden door particulieren die deze woningen of beperkte zakelijke rechten eerder onder toepassing van het besluit hebben gekocht. De ondernemer moet de omzetbelasting over de koperskorting voldoen als de doorverkoop plaatsvindt binnen de herzieningstermijn voor zover de particulier de koperskorting aan de ondernemer moet terugbetalen. Als de particulier bij doorverkoop niet de koperskorting hoeft terug te betalen, maar verplicht is de waardeontwikkeling te delen, moet de ondernemer omzetbelasting voldoen over zijn aandeel in de waardeontwikkeling tot maximaal het bedrag van de eerder verleende koperskorting.
Het besluit bevat een goedkeuring voor situaties waarin andere ondernemers dan woningcorporaties en publiekrechtelijke lichamen verplichtingen opleggen aan particuliere kopers van een woning of een beperkt zakelijk recht. Verplichtingen die de particuliere koper dwingen de koperskorting terug te betalen bij terug- of doorverkoop van de woning gelden als een waardedrukkende factor die de maatstaf van heffing voor de overdrachtsbelasting verlaagt.