
Een BV die actief was als projectontwikkelaar kocht een perceel grond met de bedoeling dit te splitsen in vier kavels om daarop woningen te bouwen. De verkoper en de projectontwikkelaar spraken af dat zij de winst op de verkochte grond zouden delen. De projectontwikkelaar verkocht de grootste kavel aan zijn enige aandeelhouder voor een prijs per vierkante meter die lager was dan de inkoopprijs en veel lager dan de prijs die voor de andere kavels werd gerealiseerd.
De belastingdienst constateerde een uitdeling van winst door de projectontwikkelaar aan de aandeelhouder. Hof Amsterdam deelde deze opvatting, maar stelde de waarde in het economische verkeer van het perceel ten tijde van de transactie vast op een lager bedrag dan de inspecteur had gedaan. Het hof stelde de waarde op een bedrag van € 400.000. Rekening houdend met de bedongen prijs van € 112.000 resteerde een winstuitdeling van € 288.000. De rechtbank verhoogde de belastbare winst van de BV en het inkomen van de aandeelhouder met dat bedrag. De inspecteur was uitgegaan van een uitdeling van € 646.000.