
Moeder verkocht een perceel grond aan een van haar kinderen voor de waarde in het economische verkeer. De akte van levering bevatte een winstdelingsregeling, waardoor de koper bij verkoop binnen vijftien jaar verplicht was de meerwaarde te delen met zijn moeder en zijn broers en zusters. Enkele jaren later verkocht de koper het perceel. Bij de verkoop werd een winst gemaakt van € 813.756. Op grond van de winstdelingsregeling had ieder van de betrokkenen recht op een bedrag van € 162.751. De vraag was of moeder een schenking aan de koper had gedaan. De inspecteur meende van wel en legde een aanslag schenkingsrecht op.
Volgens de rechtbank was er geen sprake van een schenking, noch ten tijde van de betaling van het aandeel in de winstdelingsregeling, noch ten tijde van het aangaan van de verkoopovereenkomst. Bij de verkoop kreeg de koper slechts hetgeen waarop hij als eigenaar, rekening houdend met de winstdelingsregeling, recht had. Bij de aankoop maakte de winstdelingsregeling deel uit van de koopovereenkomst. De oorspronkelijke koopsom was gelijk aan de waarde in het economische verkeer en bevatte dus geen bevoordeling voor de koper.