
Leveringen en diensten die een ondernemer verricht zijn in beginsel belast met omzetbelasting. Voor bepaalde leveringen en diensten gelden vrijstellingen.
De vraag was of de uitgifte en verkoop van zogenoemde kortingskaarten onder een vrijstelling van omzetbelasting viel. De kortingskaart gaf recht op korting bij aangesloten bedrijven, zoals restaurants en bioscopen. De kortingskaarten werden verkocht aan de consument; de verkoper ontving geen vergoeding van de deelnemende bedrijven.
De verkoper nam het standpunt in dat de kortingskaart viel onder ‘effecten en andere waardepapieren’. Diensten met betrekking tot effecten en waardepapieren zijn vrijgesteld van omzetbelasting. Volgens de rechtbank heeft de kortingskaart geen ander karakter dan een in een dag- of weekblad of op een verpakking opgenomen bon waarmee een goed of een dienst met korting kan worden betrokken. Een dergelijke bon is geen waardepapier. Naar het oordeel van de rechtbank is daarom geen vrijstelling van toepassing bij de verkoop van kortingskaarten.