Verkoop grond aan BV voor te hoge prijs

Iemand kocht in 1999 een in de bebouwde kom van een stad gelegen bosperceel voor een bedrag van ruim € 900.000. Op 28 december 2001 droeg hij de economische eigendom van dit perceel voor € 1.450.000 over aan een BV waarvan hij de enige aandeelhouder was. De juridische eigendom werd medio 2002 overgedragen.

 

In de periode tussen aan- en verkoop van het perceel was duidelijk geworden dat de bestemming niet zou worden gewijzigd, waardoor bebouwing van het perceel niet aan de orde was. Dat had gevolgen voor de waarde van het perceel. De belastingdienst was van mening dat de BV in 2001 een uitdeling had gedaan aan haar aandeelhouder voor het verschil tussen de aankoopprijs en de veel lagere waarde van het perceel. De rechtbank Den Haag deelde de opvatting van de belastingdienst dat de BV een uitdeling had gedaan, maar oordeelde dat de waarde van het perceel ten tijde van de verkoop aan de BV hoger was dan door de belastingdienst was vastgesteld. Uitgaande van de WOZ-waarde van het perceel per waardepeildatum 1 januari 2003 van € 517.000 stelde de rechtbank de waarde op het tijdstip van overdracht aan de BV op € 500.000. De winstuitdeling bedroeg daarmee € 950.000.

 

Volgens de rechtbank wilde de BV haar aandeelhouder als zodanig bevoordelen en waren de aandeelhouder en de BV zich van de bevoordeling bewust. De aandeelhouder had de grond in 1999 gekocht omdat er mogelijk gebouwd kon gaan worden en hij dat wilde voorkomen. De mogelijkheid van bebouwing was er in 2001 niet meer en daarmee was ook de interesse van projectontwikkelaars in dit perceel verdwenen. De rechtbank vond aannemelijk dat de aandeelhouder ten tijde van de overdracht van de economische eigendom wist dat de gemeente had besloten geen bebouwingsmogelijkheden in het nieuwe bestemmingsplan op te nemen. Daaruit volgde dat de aandeelhouder en de BV, gelet op de kennis die de aandeelhouder had met betrekking tot de waarde van onroerende zaken, zich ervan bewust moesten zijn geweest dat de waarde van het perceel aanzienlijk was gedaald.

<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Iemand kocht in 1999 een in de bebouwde kom van een stad gelegen bosperceel voor een bedrag van ruim € 900.000. Op 28 december 2001 droeg hij de economische eigendom van dit perceel voor € 1.450.000 over aan een BV waarvan hij de enige aandeelhouder was. De juridische eigendom werd medio 2002 overgedragen.</P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt"><?xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" /><o:p>&nbsp;</o:p></P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">In de periode tussen aan- en verkoop van het perceel was duidelijk geworden dat de bestemming niet zou worden gewijzigd, waardoor bebouwing van het perceel niet aan de orde was. Dat had gevolgen voor de waarde van het perceel. De belastingdienst was van mening dat de BV in 2001 een uitdeling had gedaan aan haar aandeelhouder voor het verschil tussen de aankoopprijs en de veel lagere waarde van het perceel. De rechtbank Den Haag deelde de opvatting van de belastingdienst dat de BV een uitdeling had gedaan, maar oordeelde dat de waarde van het perceel ten tijde van de verkoop aan de BV hoger was dan door de belastingdienst was vastgesteld. Uitgaande van de WOZ-waarde van het perceel per waardepeildatum 1 januari 2003 van € 517.000 stelde de rechtbank de waarde op het tijdstip van overdracht aan de BV op € 500.000. De winstuitdeling bedroeg daarmee € 950.000.</P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt"><o:p>&nbsp;</o:p></P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Volgens de rechtbank wilde de BV haar aandeelhouder als zodanig bevoordelen en waren de aandeelhouder en de BV zich van de bevoordeling bewust. De aandeelhouder had de grond in 1999 gekocht omdat er mogelijk gebouwd kon gaan worden en hij dat wilde voorkomen. De mogelijkheid van bebouwing was er in 2001 niet meer en daarmee was ook de interesse van projectontwikkelaars in dit perceel verdwenen. De rechtbank vond aannemelijk dat de aandeelhouder ten tijde van de overdracht van de economische eigendom wist dat de gemeente had besloten geen bebouwingsmogelijkheden in het nieuwe bestemmingsplan op te nemen. Daaruit volgde dat de aandeelhouder en de BV, gelet op de kennis die de aandeelhouder had met betrekking tot de waarde van onroerende zaken, zich ervan bewust moesten zijn geweest dat de waarde van het perceel aanzienlijk was gedaald.</P>
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u