
Voor de verhuur van onroerende zaken geldt een vrijstelling van omzetbelasting. Het Hof van Justitie EU heeft in meerdere arresten het begrip verhuur van onroerende zaken uitgelegd als het onder bezwarende titel (dus tegen vergoeding) verlenen van het recht om een onroerende zaak te gebruiken alsof de huurder daarvan eigenaar is en ieder ander van het genot van de zaak uit te sluiten. Ook als de verhuurder bijkomende prestaties verricht kan de kwalificatie “verhuur van onroerende zaken” op het totaal van toepassing zijn. Het recht van de huurder om de onroerende zaak bij uitsluiting van ieder ander te gebruiken kan worden beperkt tot een deel van de zaak. Ook kan de verhuurder zich het recht voorbehouden het verhuurde regelmatig te bezichtigen.
Onder verwijzing naar de jurisprudentie van het Hof van Justitie EU merkte Hof Amsterdam de terbeschikkingstelling van locaties in monumentale gebouwen aan als verhuur van onroerende zaken. De prestaties van de ondernemer bestonden uit de verhuur van ruimten in monumenten op incidentele basis voor evenementen zoals congressen, bruiloften, recepties, concerten of presentaties. De verhuur geschiedde soms voor langere tijd en was soms wekelijks terugkerend zoals de verhuur voor kerkdiensten. Dat in sommige gevallen niet alleen een locatie ter beschikking werd gesteld maar ook andere prestaties als catering werden verricht, had geen invloed op de kwalificatie. De aanvullende diensten waren bijkomstig en dus niet bepalend voor de kwalificatie.