Verhuur van ligplaatsen in jachthaven niet vrijgesteld van BTW
Het Hof van Justitie EG heeft prejudiciële vragen beantwoord die gesteld waren in een procedure tussen de exploitant van een jachthaven en het Deense Ministerie van Financiën over de vraag of de verhuur van ligplaatsen in het water en van winterstalling op de wal voor pleziervaartuigen in een jachthaven aan BTW is onderworpen. Volgens het Hof van Justitie EG omvat het begrip “verhuur van onroerende goederen” ook de verhuur van ligplaatsen voor het meren van boten in het water en van plaatsen voor het stallen van boten op de wal op het haventerrein. Op grond van de Zesde richtlijn zijn de lidstaten van de EU verplicht om de verhuur van onroerende goederen vrij te stellen van BTW, met uitzondering van onder meer de verhuur van parkeerruimte voor voertuigen. Naast de vraag of een ligplaats in het water of op de wal een onroerende zaak was, speelde de vraag of het begrip “voertuigen” in de richtlijn ook boten omvat. Naar het oordeel van het Hof van Justitie is het begrip “voertuigen” een ruim begrip en vallen boten daar ook onder. Door deze kwalificatie is de verhuur van ligplaatsen een belaste prestatie, aangezien het gaat om een uitzondering op de vrijgestelde verhuur van onroerende zaken.
Het Hof van Justitie EG heeft prejudiciële vragen beantwoord die gesteld waren in een procedure tussen de exploitant van een jachthaven en het Deense Ministerie van Financiën over de vraag of de verhuur van ligplaatsen in het water en van winterstalling op de wal voor pleziervaartuigen in een jachthaven aan BTW is onderworpen. Volgens het Hof van Justitie EG omvat het begrip “verhuur van onroerende goederen” ook de verhuur van ligplaatsen voor het meren van boten in het water en van plaatsen voor het stallen van boten op de wal op het haventerrein. Op grond van de Zesde richtlijn zijn de lidstaten van de EU verplicht om de verhuur van onroerende goederen vrij te stellen van BTW, met uitzondering van onder meer de verhuur van parkeerruimte voor voertuigen. Naast de vraag of een ligplaats in het water of op de wal een onroerende zaak was, speelde de vraag of het begrip “voertuigen” in de richtlijn ook boten omvat. Naar het oordeel van het Hof van Justitie is het begrip “voertuigen” een ruim begrip en vallen boten daar ook onder. Door deze kwalificatie is de verhuur van ligplaatsen een belaste prestatie, aangezien het gaat om een uitzondering op de vrijgestelde verhuur van onroerende zaken.