
Voor landbouwers kent de omzetbelasting een bijzondere regeling; de landbouwregeling. Deze regeling houdt in dat landbouwers geen omzetbelasting verschuldigd zijn over diensten die bijdragen aan de agrarische productie. In dat kader was de vraag of de verhuur van een melkquotum een agrarische dienst vormt.
Naar het oordeel van de rechtbank moet onderscheid gemaakt worden tussen de productie van melk en de afzet van die melk. Het melkquotum speelt geen rol bij de fysieke productie van de melk en draagt op zichzelf dus niet bij aan de productie van de melk. Wel beïnvloedt het melkquotum de opbrengst van de geproduceerde melk. Omdat het melkquotum niet bijdraagt aan de agrarische productie, draagt ook de verhuur van een melkquotum niet bij aan de agrarische productie.
Omdat de landbouwregeling niet van toepassing is, is de verhuur in beginsel belast met omzetbelasting.
Volgens het in het Besluit Landbouw neergelegde beleid van de staatssecretaris van Financiën gold een goedkeuring voor alle verhuur van melkquota tot 1 april 2010. Weliswaar heeft de staatssecretaris in een brief van 16 oktober 2007 gesteld dat dit niet de bedoeling was, maar daardoor is het in het Besluit Landbouw neergelegde beleid niet gewijzigd omdat het besluit zelf niet is gewijzigd. Volgens de goedkeuring kon de heffing van omzetbelasting over de verhuuropbrengst achterwege blijven.