Verhoging bij navordering werkte niet door naar middelingsteruggaaf
Iemand diende over de jaren 1990 tot en met 1992 een middelingsverzoek in bij de inspecteur. De inspecteur voldeed aan het verzoek en verleende een middelingsteruggaaf. Enige tijd later legde de inspecteur over deze jaren navorderingsaanslagen inkomstenbelasting op. Na afronding van de beroepsprocedures tegen de navorderingsaanslagen diende de belastingplichtige een nieuw middelingsverzoek in. Daarbij rekende hij de resterende verhoging tot de over deze jaren geheven belasting. De inspecteur wees het verzoek af omdat over deze jaren al eerder middeling had plaatsgevonden. Ook het daartegen ingediende bezwaarschrift wees de inspecteur af.Hof Den Haag overwoog ambtshalve dat het middelingsverzoek te laat was ingediend, maar omdat deze termijn niet van openbare orde is leidde dat niet tot niet-ontvankelijkheid van het beroep. Volgens het Hof kon een verhoging van belasting bij navordering niet als belasting, die door toepassing van de middelingsregeling kon worden teruggegeven, worden aangemerkt. De verhoging is een straf, bedoeld om naleving van de regels te handhaven, terwijl de middelingsregeling bedoeld is om de progressie van het belastingtarief bij sterk wisselende inkomens te matigen. Het beroep was daarom ongegrond.
Iemand diende over de jaren 1990 tot en met 1992 een middelingsverzoek in bij de inspecteur. De inspecteur voldeed aan het verzoek en verleende een middelingsteruggaaf. Enige tijd later legde de inspecteur over deze jaren navorderingsaanslagen inkomstenbelasting op. Na afronding van de beroepsprocedures tegen de navorderingsaanslagen diende de belastingplichtige een nieuw middelingsverzoek in. Daarbij rekende hij de resterende verhoging tot de over deze jaren geheven belasting. De inspecteur wees het verzoek af omdat over deze jaren al eerder middeling had plaatsgevonden. Ook het daartegen ingediende bezwaarschrift wees de inspecteur af.Hof Den Haag overwoog ambtshalve dat het middelingsverzoek te laat was ingediend, maar omdat deze termijn niet van openbare orde is leidde dat niet tot niet-ontvankelijkheid van het beroep. Volgens het Hof kon een verhoging van belasting bij navordering niet als belasting, die door toepassing van de middelingsregeling kon worden teruggegeven, worden aangemerkt. De verhoging is een straf, bedoeld om naleving van de regels te handhaven, terwijl de middelingsregeling bedoeld is om de progressie van het belastingtarief bij sterk wisselende inkomens te matigen. Het beroep was daarom ongegrond.