
Premies voor de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA), waaronder de WGA-premie (Werkhervattingsregeling Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten), zijn verschuldigd door de werkgever. De werkgever mag maximaal de helft van de door hem verschuldigde WGA-premie verhalen op de werknemer. Wanneer een werkgever van deze bevoegdheid gebruik maakt, draagt de werknemer uit hoofde van zijn dienstbetrekking een deel van zijn loon af aan de werkgever als bijdrage in de WGA-premie. Volgens de Hoge Raad moest die afdracht tot 1 januari 2009 worden aangemerkt als negatief loon van de werknemer. Dat betekent dat het loon van de werknemer, waarover loonheffing was ingehouden, moest worden verminderd met het bedrag van de op hem verhaalde WGA-premie. Met ingang van 1 januari 2009 is uitdrukkelijk in de wet bepaald dat WGA-premie wordt verhaald op het netto loon van de werknemer en dus niet aftrekbaar is.