Verhaal van verkeersboetes op werknemers toch mogelijk

Werkgevers zijn wettelijk aansprakelijk voor de gedragingen van hun personeel. De vraag is of deze aansprakelijkheid zo ver gaat, dat de werkgever ook moet opdraaien voor boetes die aan hem zijn opgelegd voor verkeersovertredingen van werknemers met een auto van de zaak. Veel werkgevers menen dat hun aansprakelijkheid niet zo ver gaat en verhalen dergelijke boetes op de werknemers. Hof Den Haag kwam in een spraakmakend vonnis tot het oordeel dat een werkgever de aan hem als kentekenhouder opgelegde boetes voor kleine snelheidsovertredingen niet mag verhalen op de werknemer die de overtreding heeft begaan, behalve wanneer sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. Een regeling waarbij de eerste drie boetes voor snelheidsovertredingen in een bepaalde periode voor rekening van de werkgever komen en verdere boetes in die periode voor rekening van de werknemer komen vond het Hof acceptabel. Verdedigbaar is namelijk dat een werknemer die in een bepaalde periode meer dan drie verkeersovertredingen maakt zich niet als een goed werknemer gedraagt. Volgens het Hof zijn boetes voor snelheidsovertredingen tot 10 km boven de limiet niet het gevolg van opzet of bewuste roekeloosheid, omdat men gemakkelijk iets te hard rijdt of omdat de verkeerssituatie vereist dat men over een korte afstand iets te hard rijdt. Bij grotere overschrijdingen van de maximumsnelheid zal vrijwel altijd sprake zijn van opzet of bewuste roekeloosheid en mogen de boetes dus verhaald worden. De werkgever ging in cassatie bij de Hoge Raad. De Hoge Raad maakt duidelijk dat in deze gevallen de boetes slechts vanwege justitiƫle efficiency aan de werkgever worden opgelegd. In het verleden kon de eigenaar of de houder van het kenteken van een auto voorkomen dat een verkeersboete aan hem werd opgelegd door de naam en het adres van de bestuurder bekend te maken. Die mogelijkheid is vervallen voor lichte verkeersovertredingen door de invoering van de risicoaansprakelijkheid van de kentekenhouder. Volgens de Hoge Raad is daarmee niet bedoeld om de werkgever te bestraffen zonder hem de mogelijkheid te geven om de boete te verhalen op de werknemer. Dat zou leiden tot een verschil in behandeling tussen werknemers met een auto van de zaak en werknemers die zakelijk rijden met een eigen auto. In het eerste geval zouden de boetes voor rekening van de werkgever zijn en in het laatste voor rekening van de werknemer. Eerder had de Hoge Raad al vastgesteld dat een werkgever niet hoeft op te draaien voor boetes die aan de werknemer zijn opgelegd, tenzij de werkgever de door de werknemer begane overtreding gestimuleerd heeft.
Werkgevers zijn wettelijk aansprakelijk voor de gedragingen van hun personeel. De vraag is of deze aansprakelijkheid zo ver gaat, dat de werkgever ook moet opdraaien voor boetes die aan hem zijn opgelegd voor verkeersovertredingen van werknemers met een auto van de zaak. Veel werkgevers menen dat hun aansprakelijkheid niet zo ver gaat en verhalen dergelijke boetes op de werknemers.
Hof Den Haag kwam in een spraakmakend vonnis tot het oordeel dat een werkgever de aan hem als kentekenhouder opgelegde boetes voor kleine snelheidsovertredingen niet mag verhalen op de werknemer die de overtreding heeft begaan, behalve wanneer sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. Een regeling waarbij de eerste drie boetes voor snelheidsovertredingen in een bepaalde periode voor rekening van de werkgever komen en verdere boetes in die periode voor rekening van de werknemer komen vond het Hof acceptabel. Verdedigbaar is namelijk dat een werknemer die in een bepaalde periode meer dan drie verkeersovertredingen maakt zich niet als een goed werknemer gedraagt. Volgens het Hof zijn boetes voor snelheidsovertredingen tot 10 km boven de limiet niet het gevolg van opzet of bewuste roekeloosheid, omdat men gemakkelijk iets te hard rijdt of omdat de verkeerssituatie vereist dat men over een korte afstand iets te hard rijdt. Bij grotere overschrijdingen van de maximumsnelheid zal vrijwel altijd sprake zijn van opzet of bewuste roekeloosheid en mogen de boetes dus verhaald worden.
De werkgever ging in cassatie bij de Hoge Raad. De Hoge Raad maakt duidelijk dat in deze gevallen de boetes slechts vanwege justitiƫle efficiency aan de werkgever worden opgelegd. In het verleden kon de eigenaar of de houder van het kenteken van een auto voorkomen dat een verkeersboete aan hem werd opgelegd door de naam en het adres van de bestuurder bekend te maken. Die mogelijkheid is vervallen voor lichte verkeersovertredingen door de invoering van de risicoaansprakelijkheid van de kentekenhouder. Volgens de Hoge Raad is daarmee niet bedoeld om de werkgever te bestraffen zonder hem de mogelijkheid te geven om de boete te verhalen op de werknemer. Dat zou leiden tot een verschil in behandeling tussen werknemers met een auto van de zaak en werknemers die zakelijk rijden met een eigen auto. In het eerste geval zouden de boetes voor rekening van de werkgever zijn en in het laatste voor rekening van de werknemer. Eerder had de Hoge Raad al vastgesteld dat een werkgever niet hoeft op te draaien voor boetes die aan de werknemer zijn opgelegd, tenzij de werkgever de door de werknemer begane overtreding gestimuleerd heeft.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u