
Bij een reorganisatie verviel de functie van een werknemer. Naast zijn reguliere taken behoorde tot de werkzaamheden het verrichten van storingsdiensten buiten de normale werktijden. Deze storingsdiensten werden verricht door de werknemer en een aantal collega's volgens een door de werkgever opgesteld rooster. De gewerkte uren werden als overwerk uitbetaald.
Na de reorganisatie vervulde de werknemer een andere functie. De werknemer claimde achteraf vakantiegeld over de vergoeding voor servicediensten en toepassing van de afbouwregeling volgens het Sociaal Plan, omdat hem bij de reorganisatie in 2006 zonder enige compensatie een persoonsgebonden taak was ontnomen. De werkgever meende dat de gewerkte uren niet achteraf anders dan als overwerk konden worden gekwalificeerd.
De kantonrechter deelde deze opvatting niet. Overwerk wordt in de van toepassing zijnde CAO omschreven als incidenteel verrichte arbeid boven de vastgestelde werktijden. Ingeroosterde werkzaamheden die, zoals in dit geval, tenminste één week per maand worden verricht, zijn niet incidenteel. Partijen hadden de werkzaamheden dus verkeerd gekwalificeerd.
De kantonrechter vond dat er voldoende redenen waren om de functie en de bijbehorende storingsdienst te laten vervallen, maar vond dat de werkgever de werknemer schadeloos moest stellen.