Vergoeding voor assurantiebemiddeling geen managementfee

De diensten van assurantietussenpersonen zijn vrijgesteld van omzetbelasting. Deze vrijstelling geldt ook voor diensten die daarmee samenhangen, maar niet voor alle diensten die een assurantietussenpersoon inkoopt, zoals het inhuren van personeel. In een procedure voor de rechtbank was de vraag aan de orde of ingekochte diensten samenhingen met assurantiebemiddeling of dat sprake was van het inhuren van personeel. De DGA van een BV was als directeur werkzaam voor een andere BV. Deze laatste BV was assurantietussenpersoon. De werkzaamheden van de DGA bestonden uit het afsluiten van verzekeringspolissen. De DGA werd betaald uit de provisie die de verzekeraars aan de tussenpersoon betaalden voor door tussenkomst van de DGA gesloten verzekeringen. Een deel van de provisie werd direct aan de DGA betaald; het restant werd aan zijn BV betaald en vervolgens doorbetaald aan de DGA. De inspecteur merkte de in het jaar 2000 door de tussenpersoon gedane betalingen aan de DGA aan als door diens BV ontvangen managementvergoeding en legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op. De inspecteur baseerde zijn standpunt op een later door de BV met een andere vennootschap gesloten managementovereenkomst. De rechtbank Breda vernietigde de naheffingsaanslag. Volgens de rechtbank had de DGA met de tussenpersoon afgesproken dat hij diensten als assurantietussenpersoon zou verrichten, waarvan de opbrengsten en de risico’s aan zijn BV toekwamen. De rechtbank hechtte bij de beoordeling van de relatie tussen de BV en de tussenpersoon geen belang aan de managementovereenkomst die de BV met een andere partij had gesloten. Bovendien had deze overeenkomst betrekking op een ander jaar. Het enkele gebruik van de term “management fee” voor de betalingen aan de DGA rechtvaardigde niet de door de inspecteur getrokken conclusie dat sprake was van managementwerkzaamheden. De verzekeringsovereenkomsten werden afgesloten op naam van de tussenpersoon en niet op naam van de DGA of zijn BV. Dat hield in dat er geen contractuele betrekking bestond tussen de DGA of zijn BV en de verzekeringnemers. Uit een arrest van het Hof van Justitie EG volgt dan dat de activiteiten van de DGA en de BV alleen van omzetbelasting zijn vrijgesteld als zij samenhangen met de diensten van assurantiemakelaars en verzekeringsagenten. Daarvan is sprake indien de bevoegdheid bestaat om de verzekeraar te binden en de activiteiten essentiële aspecten van verzekeringsbemiddeling omvatten. De rechtbank leidde uit de overgelegde stukken af dat aan beide voorwaarden was voldaan.
De diensten van assurantietussenpersonen zijn vrijgesteld van omzetbelasting. Deze vrijstelling geldt ook voor diensten die daarmee samenhangen, maar niet voor alle diensten die een assurantietussenpersoon inkoopt, zoals het inhuren van personeel. In een procedure voor de rechtbank was de vraag aan de orde of ingekochte diensten samenhingen met assurantiebemiddeling of dat sprake was van het inhuren van personeel.
De DGA van een BV was als directeur werkzaam voor een andere BV. Deze laatste BV was assurantietussenpersoon. De werkzaamheden van de DGA bestonden uit het afsluiten van verzekeringspolissen. De DGA werd betaald uit de provisie die de verzekeraars aan de tussenpersoon betaalden voor door tussenkomst van de DGA gesloten verzekeringen. Een deel van de provisie werd direct aan de DGA betaald; het restant werd aan zijn BV betaald en vervolgens doorbetaald aan de DGA.
De inspecteur merkte de in het jaar 2000 door de tussenpersoon gedane betalingen aan de DGA aan als door diens BV ontvangen managementvergoeding en legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op. De inspecteur baseerde zijn standpunt op een later door de BV met een andere vennootschap gesloten managementovereenkomst.
De rechtbank Breda vernietigde de naheffingsaanslag. Volgens de rechtbank had de DGA met de tussenpersoon afgesproken dat hij diensten als assurantietussenpersoon zou verrichten, waarvan de opbrengsten en de risico’s aan zijn BV toekwamen. De rechtbank hechtte bij de beoordeling van de relatie tussen de BV en de tussenpersoon geen belang aan de managementovereenkomst die de BV met een andere partij had gesloten. Bovendien had deze overeenkomst betrekking op een ander jaar. Het enkele gebruik van de term “management fee” voor de betalingen aan de DGA rechtvaardigde niet de door de inspecteur getrokken conclusie dat sprake was van managementwerkzaamheden. De verzekeringsovereenkomsten werden afgesloten op naam van de tussenpersoon en niet op naam van de DGA of zijn BV. Dat hield in dat er geen contractuele betrekking bestond tussen de DGA of zijn BV en de verzekeringnemers. Uit een arrest van het Hof van Justitie EG volgt dan dat de activiteiten van de DGA en de BV alleen van omzetbelasting zijn vrijgesteld als zij samenhangen met de diensten van assurantiemakelaars en verzekeringsagenten. Daarvan is sprake indien de bevoegdheid bestaat om de verzekeraar te binden en de activiteiten essentiële aspecten van verzekeringsbemiddeling omvatten. De rechtbank leidde uit de overgelegde stukken af dat aan beide voorwaarden was voldaan.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u