Vergoeding van invorderingsrente na vermindering
Bij te late betaling van een belastingaanslag berekent de belastingdienst rente. Deze rente wordt invorderingsrente genoemd. Daar staat tegenover dat de belastingdienst rente vergoedt wanneer een betaalde belastingaanslag wordt verminderd. De rente wordt enkelvoudig (d.w.z. geen rente over rente) berekend. De invorderingsrente wordt berekend over het tijdvak dat begint op de dag na de dag waarop de enige of de laatste termijn moet zijn betaald. Het tijdvak eindigt op de dag voorafgaand aan de dag van betaling respectievelijk op de dag van de dagtekening van de vermindering van de aanslag. Deze regeling lijkt duidelijk.
In de praktijk is de termijn waarover rente wordt vergoed echter minder duidelijk, zo blijkt uit een procedure die betrekking had op een voorlopige aanslag inkomstenbelasting. Wanneer een voorlopige aanslag inkomstenbelasting wordt opgelegd in het jaar waarop de aanslag betrekking heeft, dan is het toegestaan om de aanslag te betalen in een aantal termijnen. Dat aantal is gelijk aan het aantal kalendermaanden na de maand waarin de aanslag is opgelegd. Daarnaast is het mogelijk om de aanslag in één keer te betalen. In dat geval mag een betalingskorting in mindering worden gebracht. De belanghebbende in de procedure betaalde op 24 februari 2006 de volledige aanslag minus de betalingskorting. Na het indienen van zijn aangifte over 2006 werd de voorlopige aanslag op 7 december 2007 verminderd tot nihil. De belastingdienst vergoedde invorderingsrente over de periode van 1 januari 2007 tot en met 7 december 2007.
Volgens de belanghebbende was dat niet juist, omdat bij betaling ineens de enige en laatste betaaltermijn verviel op 28 februari 2006. Dat betekende dat het rentetijdvak op 1 maart 2006 begon te lopen. Volgens de belastingdienst verviel de laatste betaaltermijn van de aanslag op 31 december 2006. De mogelijkheid om door betaling ineens recht te krijgen op de betalingskorting houdt niet in dat de aanslag maar één betaaltermijn kent. De rechtbank volgde de opvatting van de inspecteur. De rechtbank meende dat de belastingdienst over de juiste periode invorderingsrente heeft vergoed en verklaarde het ingestelde beroep ongegrond.
De belanghebbende miste door deze regeling 10 maanden rente over het door hem achteraf onverschuldigd betaalde bedrag.
Bij te late betaling van een belastingaanslag berekent de belastingdienst rente. Deze rente wordt invorderingsrente genoemd. Daar staat tegenover dat de belastingdienst rente vergoedt wanneer een betaalde belastingaanslag wordt verminderd. De rente wordt enkelvoudig (d.w.z. geen rente over rente) berekend. De invorderingsrente wordt berekend over het tijdvak dat begint op de dag na de dag waarop de enige of de laatste termijn moet zijn betaald. Het tijdvak eindigt op de dag voorafgaand aan de dag van betaling respectievelijk op de dag van de dagtekening van de vermindering van de aanslag. Deze regeling lijkt duidelijk.
In de praktijk is de termijn waarover rente wordt vergoed echter minder duidelijk, zo blijkt uit een procedure die betrekking had op een voorlopige aanslag inkomstenbelasting. Wanneer een voorlopige aanslag inkomstenbelasting wordt opgelegd in het jaar waarop de aanslag betrekking heeft, dan is het toegestaan om de aanslag te betalen in een aantal termijnen. Dat aantal is gelijk aan het aantal kalendermaanden na de maand waarin de aanslag is opgelegd. Daarnaast is het mogelijk om de aanslag in één keer te betalen. In dat geval mag een betalingskorting in mindering worden gebracht. De belanghebbende in de procedure betaalde op 24 februari 2006 de volledige aanslag minus de betalingskorting. Na het indienen van zijn aangifte over 2006 werd de voorlopige aanslag op 7 december 2007 verminderd tot nihil. De belastingdienst vergoedde invorderingsrente over de periode van 1 januari 2007 tot en met 7 december 2007.
Volgens de belanghebbende was dat niet juist, omdat bij betaling ineens de enige en laatste betaaltermijn verviel op 28 februari 2006. Dat betekende dat het rentetijdvak op 1 maart 2006 begon te lopen. Volgens de belastingdienst verviel de laatste betaaltermijn van de aanslag op 31 december 2006. De mogelijkheid om door betaling ineens recht te krijgen op de betalingskorting houdt niet in dat de aanslag maar één betaaltermijn kent. De rechtbank volgde de opvatting van de inspecteur. De rechtbank meende dat de belastingdienst over de juiste periode invorderingsrente heeft vergoed en verklaarde het ingestelde beroep ongegrond.
De belanghebbende miste door deze regeling 10 maanden rente over het door hem achteraf onverschuldigd betaalde bedrag.