Vergoeding onrendabele verhuur belast

Behoudens de toepassing van een vrijstelling moeten ondernemers omzetbelasting in rekening brengen over de prestaties die zij verrichten. Volgens rechtspraak van het Hof van Justitie EG is sprake van een prestatie als de verbintenis waarop de prestatie is gebaseerd een voordeel oplevert voor de betaler van de tegenprestatie. Omzetbelasting wordt berekend over de volledige tegenprestatie. Wel moet er een rechtstreeks verband bestaan tussen de verrichte dienst en de ontvangen tegenprestatie. Dat deed zich voor in de volgende situatie.

Om te voorzien in de woonbehoefte van buitenlandse studenten sloten drie hogescholen een samenwerkingsovereenkomst met een woningbouwvereniging. De woningbouwvereniging zou zorgen voor de realisatie van een aantal studentenkamers en voor de verhuur daarvan. De hogescholen garandeerden gedurende de eerste drie jaar een bezetting van 100% en daarnaast een bijdrage in het exploitatieresultaat van de wooneenheden voor de resterende jaren.

De woningbouwvereniging bracht aan de hogescholen gezamenlijk een bedrag van € 388.000 in rekening als vergoeding voor leegstand en een bedrag van € 100.000 als bijdrage in het exploitatietekort. Op de facturen was geen omzetbelasting in rekening gebracht. De inspecteur legde naheffingsaanslagen omzetbelasting op.

De rechtbank Leeuwarden vond dat de aan de hogescholen in rekening gebrachte bedragen de tegenwaarde vormden voor de verbintenis waartoe de woningbouwvereniging zich had verplicht. De woningbouwvereniging verrichtte een belastbare dienst aan de hogescholen, die niet kon worden gekwalificeerd als verhuur. De hogescholen hadden zelf namelijk niet de beschikking over de wooneenheden gekregen. De rechtbank merkte de door de hogescholen betaalde vergoeding aan als de daadwerkelijke tegenwaarde van de door de woningbouwvereniging verrichte dienst en niet als een gedeeltelijke huurvergoeding. Dat betekende dat het normale tarief op deze dienst van toepassing was.
In hoger beroep oordeelde Hof Leeuwarden anders dan de rechtbank. Het hof deelde wel de opvatting van de rechtbank dat sprake was van een vergoeding voor een met omzetbelasting belaste prestatie. Anders dan de rechtbank oordeelde het hof dat het lage tarief van toepassing was. De bijdragen hadden namelijk betrekking op één prestatie, waarvan splitsing kunstmatig zou zijn. Dat heeft tot gevolg dat ook voor de toepassing van het tarief moet worden uitgegaan van een enkele prestatie. De verhuur van de wooneenheden is in dit geval de bepalende prestatie. Op die prestatie is het verlaagde tarief van toepassing.

<P>Behoudens de toepassing van een vrijstelling moeten ondernemers omzetbelasting in rekening brengen over de prestaties die zij verrichten. Volgens rechtspraak van het Hof van Justitie EG is sprake van een prestatie als de verbintenis waarop de prestatie is gebaseerd een voordeel oplevert voor de betaler van de tegenprestatie. Omzetbelasting wordt berekend over de volledige tegenprestatie. Wel moet er een rechtstreeks verband bestaan tussen de verrichte dienst en de ontvangen tegenprestatie. Dat deed zich voor in de volgende situatie.</P>
<P>Om te voorzien in de woonbehoefte van buitenlandse studenten sloten drie hogescholen een samenwerkingsovereenkomst met een woningbouwvereniging. De woningbouwvereniging zou zorgen voor de realisatie van een aantal studentenkamers en voor de verhuur daarvan. De hogescholen garandeerden gedurende de eerste drie jaar een bezetting van 100% en daarnaast een bijdrage in het exploitatieresultaat van de wooneenheden voor de resterende jaren. </P>
<P>De woningbouwvereniging bracht aan de hogescholen gezamenlijk een bedrag van € 388.000 in rekening als vergoeding voor leegstand en een bedrag van € 100.000 als bijdrage in het exploitatietekort. Op de facturen was geen omzetbelasting in rekening gebracht. De inspecteur legde naheffingsaanslagen omzetbelasting op. </P>
<P>De rechtbank Leeuwarden vond dat de aan de hogescholen in rekening gebrachte bedragen de tegenwaarde vormden voor de verbintenis waartoe de woningbouwvereniging zich had verplicht. De woningbouwvereniging verrichtte een belastbare dienst aan de hogescholen, die niet kon worden gekwalificeerd als verhuur. De hogescholen hadden zelf namelijk niet de beschikking over de wooneenheden gekregen. De rechtbank merkte de door de hogescholen betaalde vergoeding aan als de daadwerkelijke tegenwaarde van de door de woningbouwvereniging verrichte dienst en niet als een gedeeltelijke huurvergoeding. Dat betekende dat het normale tarief op deze dienst van toepassing was.<BR>In hoger beroep oordeelde Hof Leeuwarden anders dan de rechtbank. Het hof deelde wel de opvatting van de rechtbank dat sprake was van een vergoeding voor een met omzetbelasting belaste prestatie. Anders dan de rechtbank oordeelde het hof dat het lage tarief van toepassing was. De bijdragen hadden namelijk betrekking op één prestatie, waarvan splitsing kunstmatig zou zijn. Dat heeft tot gevolg dat ook voor de toepassing van het tarief moet worden uitgegaan van een enkele prestatie. De verhuur van de wooneenheden is in dit geval de bepalende prestatie. Op die prestatie is het verlaagde tarief van toepassing.</P>
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u