Vergeten investeringsaftrek VOF
Ondernemers die investeren in nieuwe bedrijfsmiddelen kunnen daarvoor investeringsaftrek claimen. Naast de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek bestaan de energie-investeringsaftrek (hierna: EIA) en de milieu-investeringsaftrek (hierna: MIA). Deze laatste vormen van investeringsaftrek gelden uitsluitend voor bepaalde bedrijfsmiddelen die voldoen aan daarvoor opgestelde eisen. Deze twee bijzondere vormen gelden ook slechts voor ondernemers die investeren in bedrijfsmiddelen voor een voor hun eigen rekening gedreven onderneming. Bij investeringen door samenwerkingsverbanden als een vennootschap onder firma (hierna: VOF) wordt de investeringsaftrek in principe toegerekend aan de vennoten naar rato van hun recht op de winst.
Drie vennoten van een VOF die vanwege de in een jaar gedane investeringen recht hadden op EIA en MIA vergaten deze aftrek in hun aangiften inkomstenbelasting te verwerken. Een van hen kwam er door een boekenonderzoek achter dat de aftrek niet was verwerkt en diende nog net op tijd een gewijzigde aangifte in. De andere twee dienden een gewijzigde aangifte in toen hun aanslagen inkomstenbelasting al vaststonden. De inspecteur merkte de gewijzigde aangiften aan als verzoeken om ambtshalve herziening van de aanslagen. Hij wees deze verzoeken af omdat beide vennoten niet hadden voldaan aan de in de wet gestelde eis dat in de aangifte moet worden gekozen voor toepassing van EIA respectievelijk MIA. Daarop verzocht de eerste vennoot in een bezwaarschrift tegen de aanslag inkomstenbelasting om aftrek van het volledige bedrag aan EIA en MIA voor de VOF. De inspecteur wees dat verzoek af omdat het resterende bedrag aan aftrek niet was gedaan in een voor eigen rekening gedreven onderneming. Het aandeel in de VOF van iedere vennoot geldt als een voor rekening van deze vennoot gedreven onderneming, met andere woorden, de VOF bestond uit drie ondernemingen. Hof Den Haag was het eens met de inspecteur.
Het Hof wees ook het beroep op toepassing van een inmiddels ingetrokken besluit van de staatssecretaris van Financiƫn af. Volgens dat besluit was een van winstverdeling afwijkende toerekening van de investeringsaftrek mogelijk binnen een samenwerkingsverband, mits deze verdeling redelijk was en door alle vennoten werd gehanteerd. Uit geen enkel stuk bleek dat de overige vennoten instemden met toerekening van het volledige bedrag van de EIA en de MIA aan deze vennoot. Het Hof was van oordeel dat de vennoten met betrekking tot de EIA en de MIA niet hetzelfde verdelingscriterium hanteerden. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie afgewezen.
Ondernemers die investeren in nieuwe bedrijfsmiddelen kunnen daarvoor investeringsaftrek claimen. Naast de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek bestaan de energie-investeringsaftrek (hierna: EIA) en de milieu-investeringsaftrek (hierna: MIA). Deze laatste vormen van investeringsaftrek gelden uitsluitend voor bepaalde bedrijfsmiddelen die voldoen aan daarvoor opgestelde eisen. Deze twee bijzondere vormen gelden ook slechts voor ondernemers die investeren in bedrijfsmiddelen voor een voor hun eigen rekening gedreven onderneming. Bij investeringen door samenwerkingsverbanden als een vennootschap onder firma (hierna: VOF) wordt de investeringsaftrek in principe toegerekend aan de vennoten naar rato van hun recht op de winst.
Drie vennoten van een VOF die vanwege de in een jaar gedane investeringen recht hadden op EIA en MIA vergaten deze aftrek in hun aangiften inkomstenbelasting te verwerken. Een van hen kwam er door een boekenonderzoek achter dat de aftrek niet was verwerkt en diende nog net op tijd een gewijzigde aangifte in. De andere twee dienden een gewijzigde aangifte in toen hun aanslagen inkomstenbelasting al vaststonden. De inspecteur merkte de gewijzigde aangiften aan als verzoeken om ambtshalve herziening van de aanslagen. Hij wees deze verzoeken af omdat beide vennoten niet hadden voldaan aan de in de wet gestelde eis dat in de aangifte moet worden gekozen voor toepassing van EIA respectievelijk MIA. Daarop verzocht de eerste vennoot in een bezwaarschrift tegen de aanslag inkomstenbelasting om aftrek van het volledige bedrag aan EIA en MIA voor de VOF. De inspecteur wees dat verzoek af omdat het resterende bedrag aan aftrek niet was gedaan in een voor eigen rekening gedreven onderneming. Het aandeel in de VOF van iedere vennoot geldt als een voor rekening van deze vennoot gedreven onderneming, met andere woorden, de VOF bestond uit drie ondernemingen. Hof Den Haag was het eens met de inspecteur.
Het Hof wees ook het beroep op toepassing van een inmiddels ingetrokken besluit van de staatssecretaris van Financiƫn af. Volgens dat besluit was een van winstverdeling afwijkende toerekening van de investeringsaftrek mogelijk binnen een samenwerkingsverband, mits deze verdeling redelijk was en door alle vennoten werd gehanteerd. Uit geen enkel stuk bleek dat de overige vennoten instemden met toerekening van het volledige bedrag van de EIA en de MIA aan deze vennoot. Het Hof was van oordeel dat de vennoten met betrekking tot de EIA en de MIA niet hetzelfde verdelingscriterium hanteerden. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie afgewezen.