
Verenigingen zijn vennootschapsbelastingplichtig indien en voor zover zij een onderneming drijven. Het drijven van een onderneming houdt in dat met behulp van een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid wordt deelgenomen aan het economische verkeer met als doel het behalen van winst.
Een vereniging die zich bezighield met de bevordering van de paardenfokkerij dreef een onderneming. Het lidmaatschap van de vereniging stond open voor iedereen. Er was dus geen sprake van een besloten kring. De activiteiten van de vereniging waren niet gericht op een algemeen belang maar op het individuele belang van de eigenaar van een paard. Naar het oordeel van de rechtbank nam de vereniging deel aan het economische verkeer.
Omdat de vereniging met haar activiteiten doorlopend winst behaalde was toch sprake van een winststreven, ondanks het ontbreken van een dergelijk streven in de statuten.
De vereniging meende dat zij recht had op de aftrek van een bedrag aan fictieve loonkosten wegens werkzaamheden die door vrijwilligers werden verricht. Het recht op aftrek van dergelijke kosten is echter beperkt tot lichamen die de behartiging van een sociaal belang op de voorgrond stellen en die hun winst hoofdzakelijk behalen door niet of laag betaalde arbeid. Het dienen van de individuele belangen van de houders van paarden is geen sociaal belang.