
Bij de verkoop van een bedrijf telt over het algemeen slechts het (netto) eindresultaat. Er wordt met de koper meestal een totaalprijs overeengekomen. De toedeling van deze prijs aan verschillende onderdelen van het verkochte is vaak lastig omdat verkoper en koper verschillende belangen hebben bij deze toerekening. Een voorbeeld daarvan is de verkoop van een pand dat bestaat uit een woongedeelte en een bedrijfsgedeelte. Als het woongedeelte privévermogen is en het bedrijfsgedeelte ondernemingsvermogen, zal de verkoper de prijs zoveel mogelijk aan het woongedeelte willen toerekenen om de belastingheffing te verminderen. De koper zal het merendeel aan het bedrijfsgedeelte willen toekennen in verband met de afschrijvingsmogelijkheden.
In een procedure in een dergelijke situatie sloot de rechtbank aan bij de door de verkoper sinds de start van de onderneming gehanteerde verdeelsleutel voor het pand. Deze was 2/3 privévermogen en 1/3 ondernemingsvermogen. De rechtbank stelde met behulp van deze verdeelsleutel de waarde van het praktijkgedeelte op € 246.000. Een taxateur van de belastingdienst was uitgegaan van een waarde van € 255.000. De ondernemer had in zijn aangifte een bedrag van € 160.000 aangehouden voor het bedrijfsgedeelte.