Verdeling heffingsbevoegdheid ontslagvergoeding

In een arrest uit 2004 heeft de Hoge Raad richtlijnen gegeven voor de belastingheffing over een ontslagvergoeding die wordt betaald aan een werknemer die in meerdere landen heeft gewerkt. De bevoegdheid tot belastingheffing moet worden verdeeld op basis van het arbeidsverleden. Als de ontslagvergoeding niet ten laste is gekomen van een werkgever in de werkstaat is de band van de ontslagvergoeding met het arbeidsverleden in die werkstaat onvoldoende om de ontslagvergoeding als beloning voor de uitoefening van de dienstbetrekking in die staat aan te merken. Als de ontslagvergoeding wel ten laste is gekomen van een werkgever in de werkstaat moet volgens de Hoge Raad aan elke staat waarin is gewerkt een deel van de vergoeding worden toegerekend. Dat deel moet worden bepaald naar de verhouding van de in die staat genoten arbeidsbeloning tot de totale uit de dienstbetrekking genoten beloning. Daarbij moet worden uitgegaan van de arbeidsbeloning die is genoten in de periode van 1 januari tot de datum van ontslag en de vier aan het jaar van ontslag voorafgaande kalenderjaren. Als niet-woonstaat mag Nederland het gedeelte van de vergoeding dat volgens deze formule aan Nederland is toegewezen belasten, tenzij de ontslagvergoeding niet ten laste is gekomen van een in Nederland gevestigde werkgever. De Hoge Raad wees dit arrest in een procedure van een werknemer die gedurende drie jaar voor zijn werkgever in het Verenigd Koninkrijk had gewerkt. De uitspraak van Hof Den Bosch waartegen het beroep in cassatie was ingesteld werd vernietigd en de zaak werd verwezen naar Hof Amsterdam. Hof Amsterdam stelde vast dat de ontslagvergoeding in algemene zin verband hield met de uitoefening van de dienstbetrekking. Dat had tot gevolg dat de bevoegdheid tot belasten van de ontslagvergoeding moest worden verdeeld volgens de richtlijnen van de Hoge Raad. Omdat de ontslagvergoeding niet was doorbelast aan een werkgever in het Verenigd Koninkrijk mocht Nederland volgens de richtlijnen van de Hoge Raad 36,3% van de ontslagvergoeding belasten. Hof Amsterdam vond echter dat Nederland de gehele vergoeding mocht belasten. Het is nu aan Hof Den Haag om de zaak tot een goed einde te brengen.
In een arrest uit 2004 heeft de Hoge Raad richtlijnen gegeven voor de belastingheffing over een ontslagvergoeding die wordt betaald aan een werknemer die in meerdere landen heeft gewerkt. De bevoegdheid tot belastingheffing moet worden verdeeld op basis van het arbeidsverleden. Als de ontslagvergoeding niet ten laste is gekomen van een werkgever in de werkstaat is de band van de ontslagvergoeding met het arbeidsverleden in die werkstaat onvoldoende om de ontslagvergoeding als beloning voor de uitoefening van de dienstbetrekking in die staat aan te merken. Als de ontslagvergoeding wel ten laste is gekomen van een werkgever in de werkstaat moet volgens de Hoge Raad aan elke staat waarin is gewerkt een deel van de vergoeding worden toegerekend. Dat deel moet worden bepaald naar de verhouding van de in die staat genoten arbeidsbeloning tot de totale uit de dienstbetrekking genoten beloning. Daarbij moet worden uitgegaan van de arbeidsbeloning die is genoten in de periode van 1 januari tot de datum van ontslag en de vier aan het jaar van ontslag voorafgaande kalenderjaren. Als niet-woonstaat mag Nederland het gedeelte van de vergoeding dat volgens deze formule aan Nederland is toegewezen belasten, tenzij de ontslagvergoeding niet ten laste is gekomen van een in Nederland gevestigde werkgever.
De Hoge Raad wees dit arrest in een procedure van een werknemer die gedurende drie jaar voor zijn werkgever in het Verenigd Koninkrijk had gewerkt. De uitspraak van Hof Den Bosch waartegen het beroep in cassatie was ingesteld werd vernietigd en de zaak werd verwezen naar Hof Amsterdam. Hof Amsterdam stelde vast dat de ontslagvergoeding in algemene zin verband hield met de uitoefening van de dienstbetrekking. Dat had tot gevolg dat de bevoegdheid tot belasten van de ontslagvergoeding moest worden verdeeld volgens de richtlijnen van de Hoge Raad. Omdat de ontslagvergoeding niet was doorbelast aan een werkgever in het Verenigd Koninkrijk mocht Nederland volgens de richtlijnen van de Hoge Raad 36,3% van de ontslagvergoeding belasten. Hof Amsterdam vond echter dat Nederland de gehele vergoeding mocht belasten. Het is nu aan Hof Den Haag om de zaak tot een goed einde te brengen.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u