Verbod op spaarregeling voor DGA en echtgenote is geen verboden discriminatie

Deelname aan de bedrijfsspaarregelingen is niet mogelijk voor de directeur-grootaandeelhouder en zijn echtgenote, wanneer zij als enige werknemers in dienst zijn van de eigen BV. Desondanks is de regeling door veel DGA’s toegepast en zijn er meerdere procedures gevoerd. De jurisprudentie staat toepassing van de regeling niet toe. In een procedure voor Hof Den Bosch beriep de DGA zich op een aantal beginselen van behoorlijk bestuur, die ertoe zouden moeten leiden, dat hij gebruik mag maken van de bedrijfsspaarregelingen. Ten eerste beriep hij zich op opgewekt vertrouwen door een uitspraak van Hof Amsterdam van 1996, die in het voordeel van de belastingplichtige uitpakte. Het Hof wijst dat beroep af, omdat al snel bekend was, dat de belastingdienst in cassatie ging en de Hoge Raad al in 1999 in de zaak arrest wees. De Hoge Raad vernietigde toen de uitspraak van Hof Amsterdam. Vervolgens beriep de DGA zich erop, dat door het vermelden van de 10%-eindheffing uit de aangifte loonbelasting bleek, dat hij de spaarloonregeling had toegepast. Het niet corrigeren van de aangifte zou moeten leiden tot opgewekt vertrouwen. Ook dat beroep wordt afgewezen, omdat de inspecteur vanwege het karakter van de loonbelasting geen de aangifte niet in behandeling neemt. De toepassing van de spaarloonregeling is nooit besproken met de inspecteur, waardoor geen vertrouwen kan zijn opgewekt. Het beroep op ongelijke behandeling door de verlaging van de AB-drempel naar 5% per 1 januari 1997 wordt afgewezen. De DGA verwees naar het eerder bedoelde arrest van de Hoge Raad, waarin wordt gerefereerd aan de AB-bepalingen van voor 1997. Volgens de DGA wordt na 1 januari 1997 een te grote groep uitgesloten van de regeling. De uitsluitingsbepaling in de uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen is na het arrest met ingang van 2001 in die zin aangepast, dat als drempel geldt het bezit van 1/3 deel van de aandelen. Mede van belang vond het Hof, dat de DGA in kwestie niet tot de mogelijk gediscrimineerde groep behoorde, omdat hij samen met zijn echtgenote alle aandelen had.
Deelname aan de bedrijfsspaarregelingen is niet mogelijk voor de directeur-grootaandeelhouder en zijn echtgenote, wanneer zij als enige werknemers in dienst zijn van de eigen BV. Desondanks is de regeling door veel DGA’s toegepast en zijn er meerdere procedures gevoerd. De jurisprudentie staat toepassing van de regeling niet toe. In een procedure voor Hof Den Bosch beriep de DGA zich op een aantal beginselen van behoorlijk bestuur, die ertoe zouden moeten leiden, dat hij gebruik mag maken van de bedrijfsspaarregelingen. Ten eerste beriep hij zich op opgewekt vertrouwen door een uitspraak van Hof Amsterdam van 1996, die in het voordeel van de belastingplichtige uitpakte. Het Hof wijst dat beroep af, omdat al snel bekend was, dat de belastingdienst in cassatie ging en de Hoge Raad al in 1999 in de zaak arrest wees. De Hoge Raad vernietigde toen de uitspraak van Hof Amsterdam. Vervolgens beriep de DGA zich erop, dat door het vermelden van de 10%-eindheffing uit de aangifte loonbelasting bleek, dat hij de spaarloonregeling had toegepast. Het niet corrigeren van de aangifte zou moeten leiden tot opgewekt vertrouwen. Ook dat beroep wordt afgewezen, omdat de inspecteur vanwege het karakter van de loonbelasting geen de aangifte niet in behandeling neemt. De toepassing van de spaarloonregeling is nooit besproken met de inspecteur, waardoor geen vertrouwen kan zijn opgewekt. Het beroep op ongelijke behandeling door de verlaging van de AB-drempel naar 5% per 1 januari 1997 wordt afgewezen. De DGA verwees naar het eerder bedoelde arrest van de Hoge Raad, waarin wordt gerefereerd aan de AB-bepalingen van voor 1997. Volgens de DGA wordt na 1 januari 1997 een te grote groep uitgesloten van de regeling. De uitsluitingsbepaling in de uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen is na het arrest met ingang van 2001 in die zin aangepast, dat als drempel geldt het bezit van 1/3 deel van de aandelen. Mede van belang vond het Hof, dat de DGA in kwestie niet tot de mogelijk gediscrimineerde groep behoorde, omdat hij samen met zijn echtgenote alle aandelen had.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u