Verbod op grensoverschrijdende fiscale eenheid niet in strijd met EG-recht
Met ingang van 1 januari 2003 is het volgens de Nederlandse wetgeving niet mogelijk om een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting te vormen met een in het buitenland gevestigde vennootschap. De vraag is of deze bepaling wel in overeenstemming is met de in het EG-verdrag vastgelegde vrijheid van vestiging omdat er onderscheid wordt gemaakt tussen belastingplichtigen die wel en belastingplichtigen die niet in Nederland zijn gevestigd. Alleen belastingplichtigen die in Nederland zijn gevestigd kunnen deel uitmaken van een fiscale eenheid.
De vrijheid van vestiging heeft een ruim toepassingsbereik. Een belemmering van de vrijheid van vestiging is alleen toegestaan als er een dwingende reden van algemeen belang is. De beperking mag niet verder gaan dan nodig is.
Volgens de rechtbank Haarlem is in dit geval sprake van een belemmering van de vrijheid van vestiging. Onder verwijzing naar het arrest van het Hof van Justitie EG in de zaak Marks & Spencer II is de rechtbank van oordeel dat de belemmering wel is toegestaan. Dat betekent dat de vestigingsvoorwaarde niet in strijd is met het EG-verdrag. De procureur-generaal van de Hoge Raad der Nederlanden heeft in een conclusie de Hoge Raad in overweging gegeven om aan het Hof van Justitie EG prejudiciƫle vragen te stellen met betrekking tot de verenigbaarheid van de artikelen 43 en 48 EG met artikel 15 Wet Vpb. De Hoge Raad heeft in deze zaak nog geen arrest gewezen. De rechtbank vindt het daarom niet nodig om de door de belanghebbende gestelde vragen aan het Hof van Justitie EG voor te leggen.
Met ingang van 1 januari 2003 is het volgens de Nederlandse wetgeving niet mogelijk om een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting te vormen met een in het buitenland gevestigde vennootschap. De vraag is of deze bepaling wel in overeenstemming is met de in het EG-verdrag vastgelegde vrijheid van vestiging omdat er onderscheid wordt gemaakt tussen belastingplichtigen die wel en belastingplichtigen die niet in Nederland zijn gevestigd. Alleen belastingplichtigen die in Nederland zijn gevestigd kunnen deel uitmaken van een fiscale eenheid.
De vrijheid van vestiging heeft een ruim toepassingsbereik. Een belemmering van de vrijheid van vestiging is alleen toegestaan als er een dwingende reden van algemeen belang is. De beperking mag niet verder gaan dan nodig is.
Volgens de rechtbank Haarlem is in dit geval sprake van een belemmering van de vrijheid van vestiging. Onder verwijzing naar het arrest van het Hof van Justitie EG in de zaak Marks & Spencer II is de rechtbank van oordeel dat de belemmering wel is toegestaan. Dat betekent dat de vestigingsvoorwaarde niet in strijd is met het EG-verdrag. De procureur-generaal van de Hoge Raad der Nederlanden heeft in een conclusie de Hoge Raad in overweging gegeven om aan het Hof van Justitie EG prejudiciƫle vragen te stellen met betrekking tot de verenigbaarheid van de artikelen 43 en 48 EG met artikel 15 Wet Vpb. De Hoge Raad heeft in deze zaak nog geen arrest gewezen. De rechtbank vindt het daarom niet nodig om de door de belanghebbende gestelde vragen aan het Hof van Justitie EG voor te leggen.