
De persoon die in het kentekenregister staat ingeschreven als houder van een auto of een motorfiets is verplicht het voertuig te verzekeren en motorrijtuigenbelasting te betalen, ongeacht het gebruik van het voertuig. Het is mogelijk om het kenteken te schorsen voor een periode van maximaal een jaar. Verlenging met een periode van weer een jaar is mogelijk. Tijdens de schorsingsperiode hoeft geen belasting te worden betaald, hoeft het voertuig niet verzekerd te zijn en vervalt de verplichting voor een auto om periodiek gekeurd te worden. Zolang het kenteken is geschorst mag het voertuig niet op de openbare weg komen. Gebeurt dat toch, dan eindigt op dat moment de schorsingsperiode en wordt een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting opgelegd met een boete.
Tijdens een periode waarin het kenteken van de auto was geschorst, ging een echtpaar uit elkaar. De echtgenoot op wiens naam de auto was geregistreerd, verliet de gezamenlijke woning. De auto bleef daar achter. De andere echtgenoot reed vervolgens met de auto. Dat leidde tot het opleggen van een naheffingsaanslag met een boete. Hof Arnhem was van oordeel dat het verlaten van de gezamenlijke woning geen reden was om de aanslag of de boete te vernietigen of te verminderen. De houder van het kenteken vond dat het ontbreken van toestemming voor het gebruik van de auto voldoende was voor vermindering van de aanslag en de boete. Voor het hof waren alleen de slechte financiƫle omstandigheden aanleiding om de boete halveren.
Onlangs verminderde Hof Den Bosch een opgelegde naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting wegens het ontbreken van een tegenbewijsregeling. Hof Arnhem liet die kwestie buiten de beoordeling.