Vaststelling WOZ-waarde bierbrouwerij

Hof Den Haag heeft een uitspraak gedaan over de vaststelling van de WOZ-waarde van een bierbrouwerij. De brouwerij lag in een zogenaamde wetsfictiegemeente. Die gemeenten gingen bij de vaststelling van de WOZ-waarde per waardepeildatum 1 januari 1995 uit van de waarde op 1 januari 1992 en verhoogden die met een zeker percentage. De werkelijke waardepeildatum moest echter worden gehanteerd als de belanghebbende kon bewijzen, dat de waarde op die datum lager was dan de fictief bepaalde waarde. Het Hof was van oordeel dat de belanghebbende in deze procedure die lagere waarde had bewezen, zodat als peildatum 1 januari 1995 moest worden gehanteerd. Verder was in geschil de waardering van de grond en de toepassing van de werktuigenvrijstelling. Het Hof vond dat de gemeente teveel grond toerekende aan het productieproces en de waarde van dat deel te hoog vaststelde, omdat zij onvoldoende rekening had gehouden met de omvang van het perceel. Dat leidde tot een lagere waarde voor de grond. Ten aanzien van de werktuigenvrijstelling oordeelde het Hof dat de zogenaamde apollo’s en de condensoropstelling daar niet onder vielen omdat zij als gebouwd werk moesten worden aangemerkt. De randapparatuur van de apollo's en de warmtewisselaars en de meet- en regelapparatuur van de condensoropstelling vielen wel onder de werktuigenvrijstelling. Dat gold ook voor de helderbier- en voorvergistingtanks en voor een deel van de procesgebonden installaties. Ten slotte was in geschil op welk percentage van de herbouwwaarde de restwaarde van de gebouwen, de gebouwgebonden installaties en de procesinstallaties moest worden vastgesteld. Het Hof stelde deze op 10 percent van de herbouwwaarde. (N.B. in zijn overwegingen kwam het Hof overigens uit op 15%.)
Hof Den Haag heeft een uitspraak gedaan over de vaststelling van de WOZ-waarde van een bierbrouwerij. De brouwerij lag in een zogenaamde wetsfictiegemeente. Die gemeenten gingen bij de vaststelling van de WOZ-waarde per waardepeildatum 1 januari 1995 uit van de waarde op 1 januari 1992 en verhoogden die met een zeker percentage. De werkelijke waardepeildatum moest echter worden gehanteerd als de belanghebbende kon bewijzen, dat de waarde op die datum lager was dan de fictief bepaalde waarde. Het Hof was van oordeel dat de belanghebbende in deze procedure die lagere waarde had bewezen, zodat als peildatum 1 januari 1995 moest worden gehanteerd. Verder was in geschil de waardering van de grond en de toepassing van de werktuigenvrijstelling. Het Hof vond dat de gemeente teveel grond toerekende aan het productieproces en de waarde van dat deel te hoog vaststelde, omdat zij onvoldoende rekening had gehouden met de omvang van het perceel. Dat leidde tot een lagere waarde voor de grond. Ten aanzien van de werktuigenvrijstelling oordeelde het Hof dat de zogenaamde apollo’s en de condensoropstelling daar niet onder vielen omdat zij als gebouwd werk moesten worden aangemerkt. De randapparatuur van de apollo's en de warmtewisselaars en de meet- en regelapparatuur van de condensoropstelling vielen wel onder de werktuigenvrijstelling. Dat gold ook voor de helderbier- en voorvergistingtanks en voor een deel van de procesgebonden installaties. Ten slotte was in geschil op welk percentage van de herbouwwaarde de restwaarde van de gebouwen, de gebouwgebonden installaties en de procesinstallaties moest worden vastgesteld. Het Hof stelde deze op 10 percent van de herbouwwaarde. (N.B. in zijn overwegingen kwam het Hof overigens uit op 15%.)
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u