
Bij het einde van iemands dienstverband is de vraag wat er moet gebeuren met vakantiedagen waarop de werknemer recht heeft. De werkgever zal er vaak de voorkeur aangeven dat de werknemer de resterende dagen opneemt, zodat hij geen extra betaling hoeft te doen aan de werknemer. Wanneer de werknemer direct aansluitend bij een andere werkgever in dienst treedt, zal ook hij vaak de voorkeur geven aan het opnemen van de resterende vakantiedagen voor hij bij zijn nieuwe werkgever begint. Als de werknemer de dagen niet wil opnemen is de vraag of de werkgever kan bepalen dat de werknemer deze dagen toch opneemt. Volgens de wet stelt de werkgever de vakantie van een werknemer op diens verzoek vast, voor zover de vaststelling van de vakantie niet is geregeld in de arbeidsovereenkomst, de cao of anderszins.
Een werkgever mocht op grond van de arbeidsovereenkomsten ten hoogste vier dagen per jaar aanwijzen als verplichte vakantiedagen. De werkgever vroeg aan een werkneemster wier arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet zou worden verlengd wanneer zij haar resterende vakantiedagen wenste op te nemen. De werkneemster wilde geen vakantiedagen opnemen. Vervolgens stelde de werkgever eenzijdig de vakantie van de werkneemster vast. Behoudens de vier dagen die de werkgever volgens de arbeidsovereenkomst mocht aanwijzen was dat in strijd met het wettelijke systeem. De werkgever was verplicht om de overige dagen uit te betalen bij het einde van het dienstverband.