Valutaverliezen kwamen ten laste van concernfinancieringswinst
Voor zogenaamde concernfinancieringsactiviteiten gold een bijzondere regeling in de vennootschapsbelasting. Onderdeel van de regeling was een risicoreserve, die ten laste van de winst mocht worden gevormd. Een NV had voor het jaar 1997 een verzoek gedaan aan de belastingdienst om deze bijzondere regeling te mogen toepassen. De inspecteur gaf een beschikking af met een looptijd van 10 jaar. In de aangifte voor het jaar 1997 nam de NV per 1 januari 1997 een risicoreserve op. Aan de reserve zijn in 1997 zowel belaste als onbelaste onttrekkingen gedaan, waardoor de reserve op 3 juli 1997 was uitgeput. De NV bracht de valutaverliezen van de concernfinancieringsactiviteit (CFA), ook voorzover deze niet ten laste van de risicoreserve zijn gekomen, niet ten laste van de concernfinancieringswinst. De inspecteur corrigeerde de aangifte en bracht het deel van de valutaverliezen uit de financieringsactiviteiten dat niet ten laste van de risicoreserve is gekomen in mindering op de CFA-winst. Hof Den Haag verwierp het beroep van de NV. Volgens de Hoge Raad was het niet de bedoeling van de wetgever om alle verliezen van de CFA uit te sluiten van de CFA-winst. De strekking van de bepaling waarop de NV zich beriep was te voorkomen dat valutaverliezen zowel in mindering komen op de risicoreserve als op de CFA-winst en daardoor de dotatie aan die reserve verlagen. Het kon niet de bedoeling zijn dat valutaverliezen van het lichaam die niet in mindering op de risicoreserve zijn gekomen geheel ten laste van de belaste winst zouden kunnen komen, terwijl valutawinsten tot een verhoging van de risicoreserve leiden en daardoor niet of slechts voor 20 % ten gunste van de belaste winst komen.
Voor zogenaamde concernfinancieringsactiviteiten gold een bijzondere regeling in de vennootschapsbelasting. Onderdeel van de regeling was een risicoreserve, die ten laste van de winst mocht worden gevormd. Een NV had voor het jaar 1997 een verzoek gedaan aan de belastingdienst om deze bijzondere regeling te mogen toepassen. De inspecteur gaf een beschikking af met een looptijd van 10 jaar. In de aangifte voor het jaar 1997 nam de NV per 1 januari 1997 een risicoreserve op. Aan de reserve zijn in 1997 zowel belaste als onbelaste onttrekkingen gedaan, waardoor de reserve op 3 juli 1997 was uitgeput. De NV bracht de valutaverliezen van de concernfinancieringsactiviteit (CFA), ook voorzover deze niet ten laste van de risicoreserve zijn gekomen, niet ten laste van de concernfinancieringswinst. De inspecteur corrigeerde de aangifte en bracht het deel van de valutaverliezen uit de financieringsactiviteiten dat niet ten laste van de risicoreserve is gekomen in mindering op de CFA-winst. Hof Den Haag verwierp het beroep van de NV. Volgens de Hoge Raad was het niet de bedoeling van de wetgever om alle verliezen van de CFA uit te sluiten van de CFA-winst. De strekking van de bepaling waarop de NV zich beriep was te voorkomen dat valutaverliezen zowel in mindering komen op de risicoreserve als op de CFA-winst en daardoor de dotatie aan die reserve verlagen. Het kon niet de bedoeling zijn dat valutaverliezen van het lichaam die niet in mindering op de risicoreserve zijn gekomen geheel ten laste van de belaste winst zouden kunnen komen, terwijl valutawinsten tot een verhoging van de risicoreserve leiden en daardoor niet of slechts voor 20 % ten gunste van de belaste winst komen.