Valutaverlies op minderheidsbelang aftrekbaar
Het EG-verdrag verbiedt in het algemeen beperkingen van het kapitaalverkeer. Het EG-verdrag bevat een bijzondere clausule voor bestaande wetgeving, de stand-stillclausule. Deze clausule houdt in dat vóór 31 december 1993 ingevoerde wettelijke beperkingen voor het kapitaalverkeer naar of uit derde landen mogen blijven bestaan. Volgens het Hof van Justitie EG zijn maatregelen van na deze datum ook toegestaan, zolang zij op de voornaamste punten gelijk zijn aan een vroegere wettelijke regeling die onder de stand-stillclausule viel.
Per 24 december 1996 is in de Wet op de Vennootschapsbelasting een bepaling ingevoerd waardoor negatieve valutaresultaten op leningen ter financiering van een deelneming niet meer ten laste van de winst mogen worden gebracht. Deze bepaling is een beperking van het kapitaalverkeer. Volgens de Hoge Raad voldoet deze bepaling echter niet aan de voorwaarde dat deze bepaling een voortzetting is van een voorheen geldende regeling. Dat er goede redenen waren voor deze wijziging is niet van belang.
De Hoge Raad kwam tot dit oordeel in een procedure van een vennootschap die een 12% deelneming had in een Tsjechische vennootschap. De Nederlandse vennootschap maakte rentekosten ter grootte van € 2.114.089 en leed een valutaverlies van € 1.326.837. De aftrek van deze kosten werd door de inspecteur geweigerd. Hof Amsterdam was van oordeel dat de stand-stillclausule van toepassing was op de wettelijke aftrekbeperking. Het Hof oordeelde in zijn visie ten overvloede dat de valutaregeling zelfs geen belemmering van het vrije kapitaalverkeer vormde. De Hoge Raad deelt deze opvatting niet. De valutaregeling geldt niet voor een vennootschap die een valutaverlies lijdt op een lening die is aangegaan ter financiering van een binnenlandse deelneming.
De Hoge Raad stond de aftrek van de rentekosten niet toe. Een verstrekking van een lening is geen directe investering in de zin van het EG-verdrag. Het betoog van de belanghebbende was dat de aftrek van de rentekosten had moeten worden toegestaan op grond van de Europa-Overeenkomst, waarbij een associatie tot stand is gebracht tussen de EG en de Tsjechische Republiek. De Europa-Overeenkomst verplicht de lidstaten van de EG echter niet tot het wegnemen van belemmeringen van kapitaalverkeer.
Het EG-verdrag verbiedt in het algemeen beperkingen van het kapitaalverkeer. Het EG-verdrag bevat een bijzondere clausule voor bestaande wetgeving, de stand-stillclausule. Deze clausule houdt in dat vóór 31 december 1993 ingevoerde wettelijke beperkingen voor het kapitaalverkeer naar of uit derde landen mogen blijven bestaan. Volgens het Hof van Justitie EG zijn maatregelen van na deze datum ook toegestaan, zolang zij op de voornaamste punten gelijk zijn aan een vroegere wettelijke regeling die onder de stand-stillclausule viel.
Per 24 december 1996 is in de Wet op de Vennootschapsbelasting een bepaling ingevoerd waardoor negatieve valutaresultaten op leningen ter financiering van een deelneming niet meer ten laste van de winst mogen worden gebracht. Deze bepaling is een beperking van het kapitaalverkeer. Volgens de Hoge Raad voldoet deze bepaling echter niet aan de voorwaarde dat deze bepaling een voortzetting is van een voorheen geldende regeling. Dat er goede redenen waren voor deze wijziging is niet van belang.
De Hoge Raad kwam tot dit oordeel in een procedure van een vennootschap die een 12% deelneming had in een Tsjechische vennootschap. De Nederlandse vennootschap maakte rentekosten ter grootte van € 2.114.089 en leed een valutaverlies van € 1.326.837. De aftrek van deze kosten werd door de inspecteur geweigerd. Hof Amsterdam was van oordeel dat de stand-stillclausule van toepassing was op de wettelijke aftrekbeperking. Het Hof oordeelde in zijn visie ten overvloede dat de valutaregeling zelfs geen belemmering van het vrije kapitaalverkeer vormde. De Hoge Raad deelt deze opvatting niet. De valutaregeling geldt niet voor een vennootschap die een valutaverlies lijdt op een lening die is aangegaan ter financiering van een binnenlandse deelneming.
De Hoge Raad stond de aftrek van de rentekosten niet toe. Een verstrekking van een lening is geen directe investering in de zin van het EG-verdrag. Het betoog van de belanghebbende was dat de aftrek van de rentekosten had moeten worden toegestaan op grond van de Europa-Overeenkomst, waarbij een associatie tot stand is gebracht tussen de EG en de Tsjechische Republiek. De Europa-Overeenkomst verplicht de lidstaten van de EG echter niet tot het wegnemen van belemmeringen van kapitaalverkeer.