Vakantiehuis van buitenlander belast in box 3
Een in Duitsland wonende eigenaar van een in Nederland gelegen recreatiewoning was van mening dat het in strijd was met het verdrag ter voorkoming van dubbele belasting om de woning tot de grondslag voor het inkomen uit sparen en beleggen in Nederland te rekenen. De eigenaar had geen inkomsten uit Nederland en had ook geen andere Nederlandse vermogensbestanddelen. Door de invoering van een vermogensrendementsheffing per 1 januari 2001 kwam aan Nederland een ruimere heffingsbevoegdheid toe dan voor die tijd. Volgens de eigenaar was dat een niet toegestane eenzijdige uitbreiding van de Nederlandse heffingsbevoegdheid. Verder zou volgens het verdrag Nederland geen heffingsrecht hebben omdat de woning geen opbrengst in geld opleverde. De rechtbank stelde vast dat de eigenaar de woning gebruikte en dat er dus sprake was van woongenot. Woongenot valt onder het begrip “inkomsten welke door rechtstreeks gebruik van een onroerende zaak worden verkregen” uit het belastingverdrag. Over dergelijke inkomsten uit in Nederland gelegen zaken heeft Nederland het exclusieve heffingsrecht. Volgens de rechtbank Breda heeft Nederland door de wijziging van het belastingstelsel per 2001 zijn heffingsbevoegdheid niet eenzijdig uitgebreid, ook al was er voor 2001 feitelijk geen inkomstenbelasting verschuldigd en met ingang van 2001 wel.
Een in Duitsland wonende eigenaar van een in Nederland gelegen recreatiewoning was van mening dat het in strijd was met het verdrag ter voorkoming van dubbele belasting om de woning tot de grondslag voor het inkomen uit sparen en beleggen in Nederland te rekenen. De eigenaar had geen inkomsten uit Nederland en had ook geen andere Nederlandse vermogensbestanddelen. Door de invoering van een vermogensrendementsheffing per 1 januari 2001 kwam aan Nederland een ruimere heffingsbevoegdheid toe dan voor die tijd. Volgens de eigenaar was dat een niet toegestane eenzijdige uitbreiding van de Nederlandse heffingsbevoegdheid. Verder zou volgens het verdrag Nederland geen heffingsrecht hebben omdat de woning geen opbrengst in geld opleverde. De rechtbank stelde vast dat de eigenaar de woning gebruikte en dat er dus sprake was van woongenot. Woongenot valt onder het begrip “inkomsten welke door rechtstreeks gebruik van een onroerende zaak worden verkregen” uit het belastingverdrag. Over dergelijke inkomsten uit in Nederland gelegen zaken heeft Nederland het exclusieve heffingsrecht. Volgens de rechtbank Breda heeft Nederland door de wijziging van het belastingstelsel per 2001 zijn heffingsbevoegdheid niet eenzijdig uitgebreid, ook al was er voor 2001 feitelijk geen inkomstenbelasting verschuldigd en met ingang van 2001 wel.