Vader was niet in dienstbetrekking werkzaam voor zoon
Volgens de Centrale Raad van Beroep was er geen dienstbetrekking tussen een vader en zijn zoon, in wiens bedrijf de vader werkte. De familierelatie tussen vader en zoon bepaalde in overwegende mate hun arbeidsrelatie. Vader en zoon konden het werk onderling uitwisselen. Kenmerkend was dat vader als adviseur van zijn zoon optrad en dat bij ziekte nooit de arbeidskracht van een derde behoefde te worden ingeroepen. Vader en zoon losten gezamenlijk de gegeven arbeidsproblematiek bij de opdrachtgevers op, waarbij ze elkaars capaciteiten complementeerden. Gelet op die omstandigheden ontbrak de voor een dienstbetrekking vereiste gezagsrelatie, ook al omdat er geen (andere) werknemers waren waarmee de positie van de vader kon worden vergeleken.
Volgens de Centrale Raad van Beroep was er geen dienstbetrekking tussen een vader en zijn zoon, in wiens bedrijf de vader werkte. De familierelatie tussen vader en zoon bepaalde in overwegende mate hun arbeidsrelatie. Vader en zoon konden het werk onderling uitwisselen. Kenmerkend was dat vader als adviseur van zijn zoon optrad en dat bij ziekte nooit de arbeidskracht van een derde behoefde te worden ingeroepen. Vader en zoon losten gezamenlijk de gegeven arbeidsproblematiek bij de opdrachtgevers op, waarbij ze elkaars capaciteiten complementeerden. Gelet op die omstandigheden ontbrak de voor een dienstbetrekking vereiste gezagsrelatie, ook al omdat er geen (andere) werknemers waren waarmee de positie van de vader kon worden vergeleken.