
Naar aanleiding van het op 10 juni gesloten pensioenakkoord heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in een brief aan de Tweede Kamer uiteengezet wat er verder moet gebeuren. Het pensioenakkoord bevat drie onderdelen:
1) de aanpassing van de AOW en de fiscale wetgeving rond pensioenen aan de stijgende levensverwachting,
2) de aanpassing van het financieel toetsingskader voor de aanvullende pensioenen,
3) het bevorderen van duurzame inzetbaarheid.
Ten aanzien van punt 1 zegt de minister dat hij uiterlijk 21 juni een voorontwerp van wet naar de Tweede Kamer stuurt, waarin de gemaakte afspraken zijn uitgewerkt. Op 10 mei jl. is het wetsvoorstel verhoging pensioenleeftijd naar 66 jaar ingediend. Gezien de budgettaire belangen vindt de minister het noodzakelijk dat deze voorstellen nog voor de zomer in de Tweede Kamer worden behandeld. Het voorontwerp van wet moet leiden tot een wetsvoorstel, dat de minister nog voor de zomer voor spoedadvies naar de Raad van State wil sturen, zodat het vlak na de zomer bij de Tweede Kamer kan worden ingediend.
Als gevolg van het pensioenakkoord moet de Pensioenwet worden aangepast om pensioencontracten te kunnen wijzigen. Voordat daartoe over wordt gegaan wordt eerst onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om collectief een nieuw pensioencontract in te voeren voor opgebouwde en voor nieuwe pensioenaanspraken en naar de voorwaarden die zouden moeten worden gesteld om de risico’s voor de staat en de pensioenfondsen op een aanvaardbaar niveau te brengen. Ook wordt onderzocht of het mogelijk is om deelnemers bij de overgang naar een nieuw contract een individuele keuze te geven voor het onderbrengen van hun opgebouwde rechten in een nieuw pensioencontract.
Het pensioenakkoord bevat maatregelen om de arbeidsparticipatie van ouderen te verbeteren en de duurzame inzetbaarheid te bevorderen. Het is van groot belang dat de mogelijkheden om door te werken tot de pensioenleeftijd verbeterd worden. Het kabinet heeft aangegeven welke maatregelen de regering gaat nemen om de arbeidsparticipatie van mensen van 65 jaar en jonger te bevorderen. Nadere details worden op korte termijn duidelijk gemaakt.