
Giften die iemand doet aan een instelling die het algemeen nut beoogt (ANBI) zijn aftrekbaar voor de inkomstenbelasting. Voor periodieke giften, dat zijn giften in de vorm van een lijfrente, geldt geen inkomensafhankelijke drempel voor de aftrek.
Een van de erfgenamen van iemand die zich had verplicht tot het doen van periodieke giften, trok zijn aandeel in de gedane gift af van zijn belastbare inkomen. Hof Arnhem was van oordeel dat de erfgenaam door de aanvaarding van de nalatenschap onder meer de verplichting had om uitvoering te geven aan de door de erflater gedane schenking. De vraag was of daarmee ook sprake was van aftrekbare giften. Aan het vereiste van vrijgevigheid was volgens het hof voldaan door de erflater op het moment van de schenking. Anders dan de inspecteur meende hoefde niet jaarlijks op het moment van uitvoering van de schenkingsverplichting te worden getoetst of nog steeds sprake was van vrijgevigheid. Omdat de jaarlijkse uitkeringen waren aan te merken als periodieke giften, waren de gedane uitkeringen aftrekbaar.