
Giften die iemand doet aan het algemeen nut beogende instelling zijn aftrekbaar voor de inkomstenbelasting wanneer zij een inkomensafhankelijke drempel overschrijden. Voor giften in de vorm van een periodieke uitkering geldt geen drempel; deze zijn volledig aftrekbaar indien aan de daaraan gestelde voorwaarden is voldaan. Wil er sprake zijn van een gift, dan moet er een waardeverschuiving plaatsvinden uit het vermogen van de gever naar dat van de begiftigde, waardoor diens vermogen wordt vergroot.
Iemand claimde de giftenaftrek voor zijn aandeel in een periodieke uitkering die zijn grootmoeder had toegezegd aan een algemeen nut beogende instelling. Na het overlijden van de grootmoeder hadden de erfgenamen de uitkeringen gedaan. Volgens het overzicht van de bezittingen en schulden van de nalatenschap hadden de erfgenamen de periodieke schenking aangemerkt als een schuld van de nalatenschap. Dat betekende dat de betaling aan de instelling niet ten laste van het vermogen van de erfgenaam was gekomen en dus van een gift geen sprake was.