
Voor de inkomstenbelasting zijn giften aan het algemeen nut beogende instellingen aftrekbaar. De wet maakt onderscheid tussen periodieke en andere giften. Voor de aftrek van andere giften geldt een inkomensafhankelijke drempel. Voor de aftrek van periodieke giften geldt geen drempel. Dat betekent dat de gehele gift aftrekbaar is. Periodieke giften moeten gedurende tenminste vijf jaar gedaan worden in de vorm van vaste en gelijkmatige periodieke uitkeringen die eindigen uiterlijk bij het overlijden. Periodieke giften moeten gedaan worden bij notariƫle akte.
Iemand had zich verplicht tot het doen van periodieke giften, die voor de ontvanger van de giften ook nog eens vrij van recht waren. In haar testament had zij een legaat opgenomen ten behoeve van dezelfde algemeen nut beogende instelling. Het legaat zou worden verminderd met de ten tijde van het overlijden reeds gedane schenkingen. Korte tijd later overleed zij. Haar erfgenamen gaven uitvoering aan deze verplichting door uitkering van de tweede en derde termijn te doen aan de algemeen nut beogende instelling en door het recht van schenking te betalen. De vraag was of de erfgenamen recht hadden op de giftenaftrek.
Volgens de belastingdienst was door het aanvaarden van de nalatenschap niet langer sprake van vrijgevigheid, maar van een verplichting. Daardoor kon de giftenaftrek niet worden toegepast. De rechtbank accepteerde het standpunt dat de erfgenamen uitvoering hadden gegeven aan de door de erflaatster gedane schenking en niet aan het legaat. De rechtbank sloot zich vervolgens aan bij het standpunt van de inspecteur dat door de aanvaarding van de nalatenschap niet langer sprake was van vrijgevigheid maar van een verplichting.