Uitsluiting samenloop afdrachtvermindering zeevaart en Nedeco-regeling toegestaan
Iemand werkte als kok aan boord van een zeeschip in dienst van een in Nederland gevestigde werkgever. Zijn werkgever paste de afdrachtvermindering zeevaart toe. De werknemer claimde in zijn aangifte inkomstenbelasting 1997 toepassing van de forfaitaire kostenaftrek voor in het buitenland gedetacheerde werknemers, de zogenaamde Nedeco-regeling. Volgens de wet was samenloop van die twee regelingen niet mogelijk. Hof Den Bosch wees het beroep van de werknemer op toepassing van de Nedeco-regeling af. De werknemer meende, dat de uitspraak van het Hof in strijd was met het gelijkheidsbeginsel. Volgens de Hoge Raad wilde de wetgever de samenloop van de vermindering zeevaart en de Nedeco-regeling voorkomen omdat beide regelingen een loonkostenverlagend effect hadden. Cumulatie van beide regelingen zou te ver gaan. Dat vormde een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor de uitsluiting van de forfaitaire kostenaftrek van de Nedeco-regeling in perioden waarin de vermindering zeevaart werd toegepast. Door die rechtvaardiging was van een verboden discriminatie geen sprake. De Hoge Raad liet de uitspraak van het Hof in stand.
Iemand werkte als kok aan boord van een zeeschip in dienst van een in Nederland gevestigde werkgever. Zijn werkgever paste de afdrachtvermindering zeevaart toe. De werknemer claimde in zijn aangifte inkomstenbelasting 1997 toepassing van de forfaitaire kostenaftrek voor in het buitenland gedetacheerde werknemers, de zogenaamde Nedeco-regeling. Volgens de wet was samenloop van die twee regelingen niet mogelijk. Hof Den Bosch wees het beroep van de werknemer op toepassing van de Nedeco-regeling af. De werknemer meende, dat de uitspraak van het Hof in strijd was met het gelijkheidsbeginsel. Volgens de Hoge Raad wilde de wetgever de samenloop van de vermindering zeevaart en de Nedeco-regeling voorkomen omdat beide regelingen een loonkostenverlagend effect hadden. Cumulatie van beide regelingen zou te ver gaan. Dat vormde een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor de uitsluiting van de forfaitaire kostenaftrek van de Nedeco-regeling in perioden waarin de vermindering zeevaart werd toegepast. Door die rechtvaardiging was van een verboden discriminatie geen sprake. De Hoge Raad liet de uitspraak van het Hof in stand.