Uitleg vrijstelling sportprestaties

De Zesde EG-richtlijn schrijft een vrijstelling van omzetbelasting voor van diensten die nauw samenhangen met de beoefening van sport die door instellingen zonder winstoogmerk worden verleend aan personen die aan sport doen. Deze vrijstelling is van toepassing op sportverenigingen. De vraag die aan het Hof van Justitie EG werd voorgelegd was of de vrijstelling ook geldt voor nationale sportbonden, die bedragen in rekening brengen aan de aangesloten verenigingen. Deze vraag werd gesteld in een procedure van twee Engelse hockeyclubs. De Engelse hockeybond is een instelling zonder winstoogmerk. De bond berekent omzetbelasting over de contributie die de clubs moeten betalen. Als tegenprestatie verricht de bond bepaalde diensten voor de clubs. Om vrijgesteld te zijn moeten de verleende diensten nauw samenhangen met de beoefening van sport en worden verleend aan personen die aan sport doen. De vrijstelling is niet beperkt tot diensten die worden verleend aan natuurlijke personen, ook al doen volgens het normale spraakgebruik enkel natuurlijke personen aan sport. Diensten die worden verleend in het kader van sporten die in groepsverband of in door sportclubs opgezette organisatorische structuren worden beoefend komen in aanmerking voor de vrijstelling, ongeacht de persoon of de rechtsvorm van de afnemer van de diensten. De vrijstelling geldt echter niet voor alle diensten, maar alleen voor diensten die direct verband houden met de sportbeoefening. Diensten die verband houden met sportclubs en hun functioneren, zoals adviezen op het gebied van marketing en sponsorwerving, vallen niet onder de vrijstelling. Het is de lidstaten niet toegestaan om de in de Zesde richtlijn opgenomen vrijstellingsregeling te beperken tot uitsluitend particulieren die aan sport doen.
De Zesde EG-richtlijn schrijft een vrijstelling van omzetbelasting voor van diensten die nauw samenhangen met de beoefening van sport die door instellingen zonder winstoogmerk worden verleend aan personen die aan sport doen. Deze vrijstelling is van toepassing op sportverenigingen. De vraag die aan het Hof van Justitie EG werd voorgelegd was of de vrijstelling ook geldt voor nationale sportbonden, die bedragen in rekening brengen aan de aangesloten verenigingen. Deze vraag werd gesteld in een procedure van twee Engelse hockeyclubs. De Engelse hockeybond is een instelling zonder winstoogmerk. De bond berekent omzetbelasting over de contributie die de clubs moeten betalen. Als tegenprestatie verricht de bond bepaalde diensten voor de clubs.
Om vrijgesteld te zijn moeten de verleende diensten nauw samenhangen met de beoefening van sport en worden verleend aan personen die aan sport doen. De vrijstelling is niet beperkt tot diensten die worden verleend aan natuurlijke personen, ook al doen volgens het normale spraakgebruik enkel natuurlijke personen aan sport.
Diensten die worden verleend in het kader van sporten die in groepsverband of in door sportclubs opgezette organisatorische structuren worden beoefend komen in aanmerking voor de vrijstelling, ongeacht de persoon of de rechtsvorm van de afnemer van de diensten. De vrijstelling geldt echter niet voor alle diensten, maar alleen voor diensten die direct verband houden met de sportbeoefening. Diensten die verband houden met sportclubs en hun functioneren, zoals adviezen op het gebied van marketing en sponsorwerving, vallen niet onder de vrijstelling.
Het is de lidstaten niet toegestaan om de in de Zesde richtlijn opgenomen vrijstellingsregeling te beperken tot uitsluitend particulieren die aan sport doen.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u