
De Wet op de Vennootschapsbelasting kent een aantal renteaftrekbeperkingen. Een van deze aftrekbeperkingen betreft vennootschappen die met een overmaat aan vreemd vermogen zijn gefinancierd en die deel uitmaken van een groep met andere vennootschappen. Er is sprake van een overmaat aan vreemd vermogen als het gemiddelde vreemd vermogen meer dan € 500.000 groter is dan driemaal het gemiddelde eigen vermogen.
De Hoge Raad heeft het begrip “met andere lichamen verbonden in een groep” uitgelegd. Het BW omschrijft een groep als een economische eenheid waarin rechtspersonen organisatorisch zijn verbonden. Optreden onder gezamenlijke leiding is kenmerkend voor de aanwezigheid van een groep. Daarvoor is zeggenschap vereist. Het bezit van een meerderheidsbelang leidt niet zonder meer tot een groepsrelatie tussen moeder- en dochtermaatschappij. De partij die zich erop beroept dat ondanks de aanwezigheid van een meerderheidsbelang een groepsrelatie ontbreekt, moet dat zo nodig bewijzen. Het ontbreken van geconsolideerde jaarrekening houdt niet in dat geen sprake is van een groep.