Uitleg gemeentelijke forensenbelasting
De gemeente Boarnsterhim kent een forensenbelasting, die wordt geheven van mensen die niet in de gemeente wonen maar daar wel een gemeubileerde woonruimte gedurende tenminste 90 dagen in een jaar ter beschikking hebben. De eigenaar van een in deze gemeente gelegen recreatiewoning was het niet eens met de hem opgelegde aanslag forensenbelasting ad € 809. De woning lag op een recreatiepark. Een aantal eigenaren van dergelijke woningen verhuurde zijn woning via de exploitant van een caravanpark. De gemeente legde aan deze eigenaren geen aanslag forensenbelasting op. De belanghebbende in deze procedure stelde zich op het standpunt dat de gemeente discrimineerde. Volgens de gemeente werd alleen geen aanslag opgelegd wanneer de recreatiewoning volgens een contract vrijwel het gehele jaar ter beschikking stond voor de verhuur. In die gevallen had de betreffende eigenaar zijn woning niet voor meer dan 90 dagen in het belastingjaar voor zichzelf beschikbaar. Het Hof was van oordeel dat er geen sprake was van gelijke gevallen die gelijk behandeld moeten worden.
Op grond van een arrest van de Hoge Raad uit 1995 tellen, wanneer een woning mede door de eigenaar zelf wordt gebruikt, voor de bepaling van het eigen gebruik alle dagen mee waarop eigen gebruik niet in verband met verhuur of aan derden toegekende rechten tot verhuur is uitgesloten. Alleen wanneer een eigenaar die zijn woning voor het gehele jaar aan een derde ter beschikking stelt voor verhuur en hij geen gebruik maakt van zijn woning, of wanneer het aantal dagen eigen gebruik plus het aantal dagen waarop de woning niet wordt gebruikt meer dan negentig bedraagt mag de gemeente geen aanslag forensenbelasting opleggen. De Hoge Raad heeft de uitspraak van Hof Leeuwarden vernietigd en de zaak verwezen naar Hof Arnhem.
De gemeente Boarnsterhim kent een forensenbelasting, die wordt geheven van mensen die niet in de gemeente wonen maar daar wel een gemeubileerde woonruimte gedurende tenminste 90 dagen in een jaar ter beschikking hebben. De eigenaar van een in deze gemeente gelegen recreatiewoning was het niet eens met de hem opgelegde aanslag forensenbelasting ad € 809. De woning lag op een recreatiepark. Een aantal eigenaren van dergelijke woningen verhuurde zijn woning via de exploitant van een caravanpark. De gemeente legde aan deze eigenaren geen aanslag forensenbelasting op. De belanghebbende in deze procedure stelde zich op het standpunt dat de gemeente discrimineerde. Volgens de gemeente werd alleen geen aanslag opgelegd wanneer de recreatiewoning volgens een contract vrijwel het gehele jaar ter beschikking stond voor de verhuur. In die gevallen had de betreffende eigenaar zijn woning niet voor meer dan 90 dagen in het belastingjaar voor zichzelf beschikbaar. Het Hof was van oordeel dat er geen sprake was van gelijke gevallen die gelijk behandeld moeten worden.
Op grond van een arrest van de Hoge Raad uit 1995 tellen, wanneer een woning mede door de eigenaar zelf wordt gebruikt, voor de bepaling van het eigen gebruik alle dagen mee waarop eigen gebruik niet in verband met verhuur of aan derden toegekende rechten tot verhuur is uitgesloten. Alleen wanneer een eigenaar die zijn woning voor het gehele jaar aan een derde ter beschikking stelt voor verhuur en hij geen gebruik maakt van zijn woning, of wanneer het aantal dagen eigen gebruik plus het aantal dagen waarop de woning niet wordt gebruikt meer dan negentig bedraagt mag de gemeente geen aanslag forensenbelasting opleggen. De Hoge Raad heeft de uitspraak van Hof Leeuwarden vernietigd en de zaak verwezen naar Hof Arnhem.