Uitleg begrip 'opbrengst bij vervreemding'
Voor de bij verkoop van een bedrijfsmiddel behaalde boekwinst mag een ondernemer een herinvesteringsreserve vormen. Onder de Wet IB 1964, de voorganger van de Wet IB 2001, gold een vergelijkbare faciliteit: de vervangingsreserve. In een procedure was de vraag aan de orde of de toevoeging aan de vervangingsreserve de bruto of de netto boekwinst is. De bij verkoop gerealiseerde boekwinst bedroeg ƒ 139.000. De bij de verkoop gemaakte notaris- en makelaarskosten en overdrachtsbelasting bedroegen in totaal ƒ 123.081. De ondernemer bracht deze kosten direct ten laste van het fiscale resultaat en vormde een vervangingsreserve van ƒ 139.000. De inspecteur verminderde de toevoeging aan de vervangingsreserve met het bedrag van de verkoopkosten.
Volgens de rechtbank is in bedrijfseconomische zin sprake van een opbrengst nadat de rechtstreeks toerekenbare kosten zijn goedgemaakt. De rechtbank verbond daaraan de conclusie dat slechts de netto opbrengst kan worden opgenomen in een vervangingsreserve. De Hoge Raad is het met de rechtbank eens. De tekst van de wet is niet duidelijk op dit punt. Uit wetsgeschiedenis kan worden afgeleid dat de wetgever slechts het liquiditeits- en het rentenadeel voor ondernemers heeft willen voorkomen bij vervanging van een verloren gegaan of vervreemd bedrijfsmiddel. Daaruit leidt de Hoge Raad af dat de netto opbrengst kan worden opgenomen in de vervangingsreserve.
Voor de bij verkoop van een bedrijfsmiddel behaalde boekwinst mag een ondernemer een herinvesteringsreserve vormen. Onder de Wet IB 1964, de voorganger van de Wet IB 2001, gold een vergelijkbare faciliteit: de vervangingsreserve. In een procedure was de vraag aan de orde of de toevoeging aan de vervangingsreserve de bruto of de netto boekwinst is. De bij verkoop gerealiseerde boekwinst bedroeg ƒ 139.000. De bij de verkoop gemaakte notaris- en makelaarskosten en overdrachtsbelasting bedroegen in totaal ƒ 123.081. De ondernemer bracht deze kosten direct ten laste van het fiscale resultaat en vormde een vervangingsreserve van ƒ 139.000. De inspecteur verminderde de toevoeging aan de vervangingsreserve met het bedrag van de verkoopkosten.
Volgens de rechtbank is in bedrijfseconomische zin sprake van een opbrengst nadat de rechtstreeks toerekenbare kosten zijn goedgemaakt. De rechtbank verbond daaraan de conclusie dat slechts de netto opbrengst kan worden opgenomen in een vervangingsreserve. De Hoge Raad is het met de rechtbank eens. De tekst van de wet is niet duidelijk op dit punt. Uit wetsgeschiedenis kan worden afgeleid dat de wetgever slechts het liquiditeits- en het rentenadeel voor ondernemers heeft willen voorkomen bij vervanging van een verloren gegaan of vervreemd bedrijfsmiddel. Daaruit leidt de Hoge Raad af dat de netto opbrengst kan worden opgenomen in de vervangingsreserve.