Uitgestelde huuropbrengst is genoten op het moment, waarop het bedrag rentedragend is geworden

Onder de wet inkomstenbelasting 1964 verhuurde een DGA een bedrijfspand aan zijn BV. De jaarlijkse huur bedroeg in 1995 ƒ 195.000. Een groot gedeelte daarvan, ƒ 185.000, liet hij niet uitbetalen. In zijn aangifte vermogensbelasting nam hij een vordering op de BV op voor dat bedrag. De BV zou het bedrag, vermeerderd met 7% rente per jaar, in 2023 betalen. Volgens de Hoge Raad is de gehele jaarhuur, inclusief het niet uitbetaalde gedeelte, terecht tot het inkomen van 1995 gerekend. Het rentedragend worden van een bedrag was in de wet gelijkgesteld met het ontvangen van dat bedrag.
Onder de wet inkomstenbelasting 1964 verhuurde een DGA een bedrijfspand aan zijn BV. De jaarlijkse huur bedroeg in 1995 ƒ 195.000. Een groot gedeelte daarvan, ƒ 185.000, liet hij niet uitbetalen. In zijn aangifte vermogensbelasting nam hij een vordering op de BV op voor dat bedrag. De BV zou het bedrag, vermeerderd met 7% rente per jaar, in 2023 betalen. Volgens de Hoge Raad is de gehele jaarhuur, inclusief het niet uitbetaalde gedeelte, terecht tot het inkomen van 1995 gerekend. Het rentedragend worden van een bedrag was in de wet gelijkgesteld met het ontvangen van dat bedrag.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u