Uitdrukkelijke goedkeuring pensioenregeling door belastingdienst is niet nodig
Een werkgever bood zijn werknemers de mogelijkheid om te sparen voor een aanvullend pensioen door periodiek bedragen te storten. De geldwaarde van overuren, Adv-dagen en vakantiedagen konden als storting dienen. De werkgever hield over de gestorte bedragen geen premies voor de werknemersverzekeringen in. Het UWV legde correctienota’s op omdat de stortingen voor zover ze voor 1 juni 1999 plaatsvonden geen verplicht karakter hadden. Voor zover de stortingen na 1 juni 1999 plaatsvonden ontbrak volgens het UWV de vereiste fiscale erkenning van de regeling. De Centrale Raad was het met de visie van het UWV niet eens. Zolang de keuze om een inkomensbestanddeel aan te wenden voor aanvullend pensioen vooraf en niet nadat het loon is genoten wordt gemaakt, is sprake van een verplichte storting. De enkele omstandigheid dat niet zeker is of de stortingsbron wel beschikbaar is of komt, zoals dat geldt voor de geldwaarde van overuren, ontneemt aan de storting niet het verplichte karakter. Voor de periode na 1 juni 1999 gold dat de werkgever zelf moest beoordelen of de pensioenregeling in overeenstemming was met de Wet op de Loonbelasting 1964. Niet vereist is dat de inspecteur van de Belastingdienst de pensioenregeling uitdrukkelijk heeft goedgekeurd.
Een werkgever bood zijn werknemers de mogelijkheid om te sparen voor een aanvullend pensioen door periodiek bedragen te storten. De geldwaarde van overuren, Adv-dagen en vakantiedagen konden als storting dienen. De werkgever hield over de gestorte bedragen geen premies voor de werknemersverzekeringen in. Het UWV legde correctienota’s op omdat de stortingen voor zover ze voor 1 juni 1999 plaatsvonden geen verplicht karakter hadden. Voor zover de stortingen na 1 juni 1999 plaatsvonden ontbrak volgens het UWV de vereiste fiscale erkenning van de regeling. De Centrale Raad was het met de visie van het UWV niet eens. Zolang de keuze om een inkomensbestanddeel aan te wenden voor aanvullend pensioen vooraf en niet nadat het loon is genoten wordt gemaakt, is sprake van een verplichte storting. De enkele omstandigheid dat niet zeker is of de stortingsbron wel beschikbaar is of komt, zoals dat geldt voor de geldwaarde van overuren, ontneemt aan de storting niet het verplichte karakter. Voor de periode na 1 juni 1999 gold dat de werkgever zelf moest beoordelen of de pensioenregeling in overeenstemming was met de Wet op de Loonbelasting 1964. Niet vereist is dat de inspecteur van de Belastingdienst de pensioenregeling uitdrukkelijk heeft goedgekeurd.