Uitdeling DGA niet gelijk aan winstcorrectie BV

Een langlopende procedure had betrekking op een winstuitdeling door een BV aan haar aandeelhouder. De BV had pensioen- en lijfrenteverplichtingen jegens de aandeelhouder overgedragen aan een andere BV. De koopsom voor de overname van de verplichtingen was gesteld op het bedrag van de waarde op de balans van de verplichtingen. Bij de overname van de verplichtingen werden de uit te keren lijfrentetermijnen verhoogd van ƒ 30.350 naar ƒ 41.512 per jaar. De inspecteur berekende de uitdeling door de BV aan de aandeelhouder op een bedrag van ƒ 108.326. Dat was het verschil tussen de gestorte koopsom ad ƒ 523.028 en de door de inspecteur berekende hoogte van de verplichtingen vóór de verhoging van de lijfrentetermijnen ad ƒ 414.702. Met dit bedrag verhoogde de inspecteur ook de winst voor de vennootschapsbelasting van de BV. Ook over de aanslag vennootschapsbelasting van de BV kwam er een procedure. Deze procedure eindigde in een compromis over de hoogte van de kosten- en winstopslag die de BV mocht hanteren. De koopsom voor de overname van de verplichtingen kwam daarmee op ƒ 432.000, zodat de winstuitdeling werd teruggebracht tot een bedrag van ƒ 91.028. Dit bedrag werd door de overnemer terugbetaald aan de BV. In geschil was in de procedure die betrekking had op de inkomstenbelasting van de aandeelhouder of door deze transacties er niet langer sprake was van een ontvangen winstuitdeling, dan wel of voor de inkomstenbelasting hetzelfde bedrag als uitdeling gold als voor de vennootschapsbelasting. Hof Leeuwarden was van oordeel dat de uitdeling door de terugbetaling niet ongedaan was gemaakt. Er was geen sprake van door de inspecteur opgewekt vertrouwen dat hij na terugbetaling de eerdere correctie zou laten vervallen. Dat aanbod had hij in een veel eerder stadium wel gedaan in een compromisvoorstel, maar het aanbod was afgewezen waarna de procedure was begonnen. De hoogte van de uitdeling was door de inspecteur gesteld op het verschil tussen de actuariële koopsom van de verhoogde rechten en de actuariële koopsom van de oorspronkelijke rechten, zonder rekening te houden met opslagen voor kosten en winst. Rekening houdend met een dergelijke opslag zou het verschil groter worden. De door de inspecteur aangebrachte correctie was dus niet te hoog. Niet relevant was dat de correctie voor de vennootschapsbelasting was teruggebracht door het alsnog rekening mogen houden met een opslag bij de berekening van de koopsom.
Een langlopende procedure had betrekking op een winstuitdeling door een BV aan haar aandeelhouder. De BV had pensioen- en lijfrenteverplichtingen jegens de aandeelhouder overgedragen aan een andere BV. De koopsom voor de overname van de verplichtingen was gesteld op het bedrag van de waarde op de balans van de verplichtingen. Bij de overname van de verplichtingen werden de uit te keren lijfrentetermijnen verhoogd van ƒ 30.350 naar ƒ 41.512 per jaar. De inspecteur berekende de uitdeling door de BV aan de aandeelhouder op een bedrag van ƒ 108.326. Dat was het verschil tussen de gestorte koopsom ad ƒ 523.028 en de door de inspecteur berekende hoogte van de verplichtingen vóór de verhoging van de lijfrentetermijnen ad ƒ 414.702. Met dit bedrag verhoogde de inspecteur ook de winst voor de vennootschapsbelasting van de BV. Ook over de aanslag vennootschapsbelasting van de BV kwam er een procedure. Deze procedure eindigde in een compromis over de hoogte van de kosten- en winstopslag die de BV mocht hanteren. De koopsom voor de overname van de verplichtingen kwam daarmee op ƒ 432.000, zodat de winstuitdeling werd teruggebracht tot een bedrag van ƒ 91.028. Dit bedrag werd door de overnemer terugbetaald aan de BV. In geschil was in de procedure die betrekking had op de inkomstenbelasting van de aandeelhouder of door deze transacties er niet langer sprake was van een ontvangen winstuitdeling, dan wel of voor de inkomstenbelasting hetzelfde bedrag als uitdeling gold als voor de vennootschapsbelasting. Hof Leeuwarden was van oordeel dat de uitdeling door de terugbetaling niet ongedaan was gemaakt. Er was geen sprake van door de inspecteur opgewekt vertrouwen dat hij na terugbetaling de eerdere correctie zou laten vervallen. Dat aanbod had hij in een veel eerder stadium wel gedaan in een compromisvoorstel, maar het aanbod was afgewezen waarna de procedure was begonnen. De hoogte van de uitdeling was door de inspecteur gesteld op het verschil tussen de actuariële koopsom van de verhoogde rechten en de actuariële koopsom van de oorspronkelijke rechten, zonder rekening te houden met opslagen voor kosten en winst. Rekening houdend met een dergelijke opslag zou het verschil groter worden. De door de inspecteur aangebrachte correctie was dus niet te hoog. Niet relevant was dat de correctie voor de vennootschapsbelasting was teruggebracht door het alsnog rekening mogen houden met een opslag bij de berekening van de koopsom.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u