
De griffie van de rechtbank of van het gerechtshof stelt de datum van de zitting vast. Wanneer de belanghebbende of zijn gemachtigde om gewichtige redenen niet op de vastgestelde zittingsdag aanwezig kan zijn of zich daardoor niet op de behandeling kan voorbereiden, kan hij een verzoek indienen om uitstel van behandeling van de zaak. Als dat verzoek tijdig is ingediend zal de rechter dat verzoek inwilligen, tenzij het belang van de voortgang van de behandeling van de zaak zich verzet tegen uitstel. Wanneer de rechter een verzoek om uitstel afwijst moet hij die afwijzing in de uitspraak motiveren.
Of een verzoek om uitstel tijdig is ingediend is afhankelijk van de reden voor het verzoek en van de overige omstandigheden van het geval. Dat een verzoek om uitstel kort voor de zitting is ingediend, houdt niet automatisch in dat het verzoek niet tijdig is ingediend.
Hof Amsterdam wees een op 6 september 2009 ingediend verzoek om uitstel van een op 8 september 2009 geplande zitting af zonder verdere motivering. Als reden voor het verzoek om uitstel had de gemachtigde van de belanghebbende ziekte van zijn moeder opgevoerd. Volgens de Hoge Raad kan dat een gewichtige reden zijn als de ziekte van dien aard was dat in redelijkheid van de gemachtigde niet kon worden gevraagd dat hij op de zitting verscheen.
Het hof heeft niet onderzocht of er een gewichtige reden was voor het verzoek om uitstel. De omstandigheid dat aan de gemachtigde al eerder uitstel was verleend is geen reden voor afwijzing van een tweede verzoek om uitstel.