
Bij de Tweede Kamer is het wetsvoorstel Invoeringswet Wet werken naar vermogen in behandeling. Dit wetsvoorstel wijzigt de Wet werk en bijstand, de Wet sociale werkvoorziening, de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten en enige andere wetten. De (inmiddels demissionaire) staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de tweede nota van wijziging bij dit wetsvoorstel ingediend. De nota van wijziging herstelt enkele technische fouten.
In de Wet werken naar vermogen vervalt een bepaling waardoor bepaalde vrijgelaten middelen nu ook worden vrijgelaten voor mensen jonger dan 27 jaar. Daardoor moet het voor jongeren lonender worden om te gaan werken.
In de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen wordt het criterium om te bepalen of sprake is van volledige of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid aangepast voor mensen die op grond van de Wet werken naar vermogen werken met loondispensatie op het moment waarop ze arbeidsongeschikt werden. Dit moet voorkomen dat deze werknemers altijd volledig arbeidsongeschikt worden verklaard als zij ziek worden. Bij het berekenen van de verdiencapaciteit kan worden bekeken wat zij nog kunnen verdienen met arbeid waartegen geen geldelijke beloning van ten minste het wettelijke minimumloon staat.