
In het belastingrecht geldt als algemene regel dat een eenmaal opgelegde aanslag niet door een tweede aanslag mag worden verhoogd. Gevolg is dat de belastingdienst of de gemeentelijke heffingsambtenaar niet de bevoegdheid heeft om na het opleggen van een aanslag over een periode een tweede primitieve aanslag op te leggen over hetzelfde tijdvak en hetzelfde belastbare feit.
Hof Amsterdam vernietigde op die grond een tweede aanslag afvalstoffenheffing. De heffingsambtenaar meende dat hij een tweede aanslag kon opleggen omdat de tweede aanslag betrekking had op het incidenteel ophalen van huishoudelijk afval, terwijl de eerste aanslag betrekking had op de reguliere inzameling van huishoudelijk afval op grond van de gemeentelijke inzamelplicht.
Volgens het hof hadden beide aanslagen betrekking op hetzelfde belastbare feit. De tweede aanslag was geen navorderingsaanslag, omdat de eerste aanslag niet ten onrechte achterwege was gelaten en ook niet te laag was vastgesteld. De mogelijkheid om een navorderingsaanslag op te leggen is niet bedoeld om de aanslag te kunnen verhogen in een situatie, waarin de omvang van de verschuldigde belasting nog niet bekend is. Voor die situatie kent de wet de mogelijkheid om een voorlopige aanslag op te leggen.